Mieren staan bekend om hun ijverigheid. Maar er zijn ook luie exemplaren. En zij stelden onderzoekers voor een raadsel. Want wat is hun nut?

In 2015 bestudeerden onderzoekers mieren die behoren tot de soort Temnothorax rugatulus. En ze deden een opmerkelijke ontdekking. Een groot deel van de kolonie – gemiddeld zo’n 40% – bestond uit luie exemplaren: mieren die werkelijk de hele dag niets doen. “Ze zitten gewoon,” vertelt onderzoeker Daniel Charbonneau. Hoe kon dat? Wat heeft het voor nut om deze luilakken in de kolonie te houden? In 2015 konden Charbonneau en collega’s daar alleen maar over speculeren. Maar vervolgonderzoek biedt nu meer duidelijkheid en toont aan dat de luie mieren weldegelijk een functie hebben.

Elk individu volgen
In een nieuwe studie hebben Charbonneau en collega’s namelijk verschillende hypothesen omtrent de functie van deze luilakken getest. Ze brachten daartoe een beetje verf aan op de kop, borst en buik van de mieren, zodat ze de individuen waaruit een mierenkolonie is opgebouwd, uit elkaar konden houden en konden monitoren. Ze hielden de activiteiten van elke individu nauwlettend in de gaten.

Vier groepen
Het onderzoek wees uit dat de kolonie in grofweg vier groepen onder te verdelen is. Je hebt de inactieve, luie mieren. En een groep mieren die eigenlijk altijd rond het nest wandelen. En dan heb je nog de jagers die buiten het nest op zoek gaan naar voedsel en beschermende muren bouwen met behulp van kleine steentjes. En als laatste heb je dan nog de mieren die de zorg voor de jonge mieren op zich nemen.

Hier zie je de met verf gemerkte mieren. Afbeelding: Daniel Charbonneau.

Reserve-werkers
De grote doorbraak in het onderzoek kwam, toen de onderzoekers 20% van de meest actieve mieren uit de kolonie haalden. Binnen een week werden hun plaatsen ingenomen door luie mieren. Die mieren krikten hun activiteitenniveau zodanig op dat deze zich kon meten met die van de meest actieve, verdwenen soortgenoten. “Het suggereert dat de kolonie reageert op het verlies van zeer actieve werkers door ze te vervangen met inactieve exemplaren,” stelt Charbonneau.

Noodzaak
Het is zeer waarschijnlijk geen overbodige luxe. De onderzoekers wijzen erop dat deze mieren gemakkelijk een jaartje of vijf kunnen leven. Het betekent dat ze moeten overwinteren. “En ingesneeuwd zitten, eist waarschijnlijk elk winterseizoen het leven van veel werkers.”

Charbonneau vermoedt echter dat de luie mieren ook op het moment dat ze nog niet ingezet worden om hun actieve soortgenoten te vervangen, belangrijk zijn voor de kolonie. Het viel hem eerder al op dat luie mieren er ook heel anders uitzien dan de actieve exemplaren. Zo zijn ze onder meer wat dikker. Dat laatste zou natuurlijk het gevolg kunnen zijn van hun inactiviteit, maar het zou ook kunnen dat het een soort levende voorraadkamers voor de kolonie zijn. Charbonneau wil dat idee in de toekomst verder verkennen. Overigens blijven de luie mieren – ongeacht hoe ze hun kolonie precies dienen – waarschijnlijk van ondergeschikt belang. Want toen Charbonneau en collega’s 20% van de meest luie mieren uit de kolonie haalden, werden deze niet vervangen door anderen.