Bestaat God? Het is een interessante vraag. Maar misschien nog wel interessanter is de vraag: Maakt het uit of God bestaat? Of anders gezegd: welke waarde heeft het bestaan van een God voor ons dagelijks leven?

Religie lijkt niet meer van deze planeet weg te denken. Al eeuwenlang is het een belangrijk onderdeel van onze geschiedenis. Maar al net zolang als religies bestaan, worden ze ook in twijfel getrokken. Bestaat er wel een god? Het is een vraag waar – ook vandaag de dag nog – veel over gediscussieerd wordt en waar ook wetenschappers zich bij tijd en wijle wel over uitspreken. Veel minder vaak gaat de discussie over een hier sterk aan gerelateerd vraagstuk: Maakt het uit of God bestaat?

“Ik geloof niet in God, maar ik mis hem”
Hoewel het een onderbelichte vraag is, is deze in het verleden heus wel eens aan bod gekomen. Zo stellen gelovigen bijvoorbeeld dat als God niet bestaat, er ook geen morele verplichtingen zijn, dingen geen waarde hebben en het leven geen zin heeft. Als je het zo bekijkt, zou het niet-bestaan van God een kwalijke zaak kunnen lijken. Atheïsten zullen er echter weer heel anders tegenaan kijken, ook al zijn er overtuigde atheïsten die eerlijk betreuren dat God niet bestaat. Zo schreef atheïst Julian Barnes ooit eens: “Ik geloof niet in God, maar ik mis hem.” Zijn broer, filosoof Jonathan Barnes, vindt het sentimenteel geneuzel: “Ik kan me wel voorstellen hoe iemand zoiets kan zeggen (vervang ‘god’ eens door ‘dodo’ of ‘yeti’), maar ik ben heel tevreden met hoe de dingen nu zijn.” De reactie van Barnes suggereert dat het niet uitmaakt of God bestaat of niet, net zoals de aarde geen radicaal andere plek zou worden wanneer de dodo opeens weer rond zou wandelen. “Kan het echt zo zijn dat Zijn bestaan (het bestaan van een god, red.) er niet toe doet?” vraagt onderzoeker Guy Kahane zich naar aanleiding van de gebroeders Barnes in dit paper af. Dat de wereld er met of zonder God precies hetzelfde uitziet? “Dat is onaannemelijk.”

“Door ons onderzoek hopen we meer duidelijkheid te krijgen over de waarde die het bestaan van God heeft (of zou hebben) voor onze levens en de wereld om ons heen”

Goede vraag
Is dat onaannemelijk? Het is een goeie vraag. Dat vond ook de John Templeton Foundation. In 2013 maakte de organisatie bijna 176.000 euro vrij voor een twee jaar durend onderzoeksproject naar de vraag of het bestaan van God ertoe doet. “Door ons onderzoek hopen we meer duidelijkheid te krijgen over de waarde die het bestaan van God heeft (of zou hebben) voor onze levens en de wereld om ons heen,” stelt onderzoeksleider Klaas Kraay.

Standpunten
Maar ja, hoe doe je dat? Kraay en zijn collega’s beginnen met het afbakenen van het begrip ‘God’. “Een wezen dat almachtig, alwetend, perfect is en dat het universum gecreëerd heeft en in stand houdt.” Vervolgens formuleerden de onderzoekers vier standpunten. Elk standpunt wordt omringd door voor- en tegenargumenten. Aan filosofen de taak om de beste voor- en tegenargumenten te bestuderen. De standpunten luiden als volgt:
1. Als God bestaat, zou de wereld een betere plek om te leven zijn
“Pro-theïsme: de visie die (ruwweg) stelt dat Gods bestaan de wereld tot een betere plaats maakt dan deze zonder God zou zijn,” legt Kraay desgevraagd aan Scientias.nl uit. “Sommige filosofen stellen dat het menselijk leven alleen betekenisvol is als God bestaat. Sommige filosofen stellen dat als God bestaat het kwaad niet zinloos is. Elk van deze beweringen zouden – als ze waar zijn – pro-theïsme onderschrijven.”
2. Gods bestaan maakt de wereld een slechtere plek
Anti-theïsme: de visie (ruwweg) dat Gods bestaan de wereld tot een slechtere plaats maakt dan deze zonder God zou zijn. Sommige filosofen hebben gesteld dat het bestaan van God niet te verenigen is met privacy en de morele autonomie van mensen. Als dat waar is en als privacy en morele autonomie belangrijke waarden zijn, dan onderschrijven deze beweringen anti-theïsme.”
3. Gods bestaan zou de wereld niet slechter, noch beter maken
“Onverschilligheid: de visie (ruwweg) dat Gods bestaan de wereld niet tot een betere, noch tot een slechtere plaats zou maken. Hier kun je op twee manieren voor pleiten. Ten eerste: men kan zeggen dat Gods bestaan geen enkel verschil maakt. Ten tweede: men kan zeggen dat Gods bestaan de wereld op sommige gebieden beter, maar op andere gebieden slechter zou maken en dat die twee dingen tegen elkaar opwegen.”
4. Het effect van Gods bestaan op de wereld kan niet worden vastgesteld
“Agnosticisme: niet over de vraag of God bestaat, maar welke waarde het bestaan van God of het niet-bestaan van God voor de wereld heeft. Deze visie is aantrekkelijk voor iemand die denkt dat het allemaal heel ingewikkeld en misschien zelfs onmogelijk is om alle mogelijke scenario’s waarin God bestaat en alle mogelijke scenario’s waarin God niet bestaat voor de geest te halen en deze te evalueren en vergelijken.”

god

Aanpak
“Mensen hebben sterke gevoelens bij deze vier standpunten,” weet Kraay. “Maar met deze beurs zijn we in staat om verder te kijken dan die gevoelens.” Zoals gezegd bestuderen de onderzoekers de argumenten voor en tegen deze vier stellingen en hopen zo meer te kunnen zeggen over de waarde die het bestaan van god of het niet bestaan van god voor de wereld heeft. Ze doen dat door elk een argument uit te werken en tijdens een discussie te verdedigen of verwerpen. Dat is nog geen gemakkelijke klus, zo benadrukt Kraay. “Het eerste wat ik op moet merken, is dat we duidelijk moeten zijn over termen en begrippen. Als twee mensen een discussie hebben over dit onderwerp, maar de één uitgaat van een liefhebbende god die wil dat mensen floreren en de ander uitgaat van een tirannieke god die alleen geïnteresseerd is in degenen die hem vereren, dan is het geen verrassing dat deze mensen het er niet over eens kunnen worden of het nu goed of slecht is als zo’n god werkelijk bestaat. Zodra je duidelijk bent over de gebruikte termen en begrippen die je gebruikt – en dat kan heel moeilijk zijn – moet je elke stap in je argumentatie zo duidelijk mogelijk maken. Op die manier kan iemand die het oneens met je is, gemakkelijker vaststellen waar de onenigheid precies ontstaat. Zodra je een duidelijk meningsverschil hebt, denk ik dat beide partijen moeten proberen om hun beste argumenten te ordenen en de discussie vooruit te helpen. Filosofen kunnen gebruik maken van een breed scala aan technieken voor het evalueren van argumenten. Sommige meningsverschillen zullen niet op te lossen zijn, zelfs niet na een lange, vruchtbare discussie, maar dat is niet alleen iets uit de filosofie: dat komt overal voor.”

“Sommige meningsverschillen zullen niet op te lossen zijn, zelfs niet na een lange, vruchtbare discussie”
Meningsverschil

Zoals Kraay terecht opmerkt, zullen niet alle meningsverschillen die tijdens het onderzoek aan bod komen, op te lossen zijn door argumenten te ordenen en evalueren. De meningsverschillen die ondanks een lange en vruchtbare discussie blijven bestaan, vormen de basis voor vervolgonderzoek. “Stel je voor dat twee individuen die (voor zover dat mogelijk is om vast te stellen) even intelligent zijn alle argumenten die relevant zijn voor hun discussie, besproken hebben en een meningsverschil behouden. Wat kunnen ze daar dan uit afleiden? Moeten ze elk minder zelfverzekerd zijn over hun oorspronkelijke positie, omdat de ander het er niet mee eens is? En als dat zo is: waarom en in welke mate? En als dat niet zo is: waarom niet? Hangt het af van het onderwerp of de context? De afgelopen jaren is daar veel over geschreven en ik wil dat gaan bestuderen en loslaten op religieuze meningsverschillen in het bijzonder.”

De resultaten
In september 2015 komt het onderzoek van Kraay ten einde en worden dus ook de resultaten verwacht. Natuurlijk vroegen we Kraay of hij alvast een tipje van de sluier op kan lichten. “Ik was heel verbaasd over hoe complex dit onderwerp werkelijk is,” stelt hij ten eerste. Verder kan hij kort iets zeggen over het argument waarmee hij zelf aan de slag is gegaan. “Ik heb me gericht op de vraag of God kan toestaan dat zinloos kwaad plaatsvindt. De meeste filosofen zijn het er over eens dat als er een god is, deze god erop toe zou zien dat er geen doelloos kwaad plaatsvindt. Al het kwaad maakt dus – op de één of andere manier – een groter goed mogelijk. Er zijn ook een aantal prominente filosofen die deze visie verworpen hebben door te stellen dat God wel zinloos kwaad toelaat. Ik verdedig (met enig succes, zo hoop ik) de mainstream-positie tegen deze critici. Als ik gelijk heb dan verdedig ik het pro-theïsme. Want als Gods bestaan zinloos kwaad uitsluit dan is dat een goede reden om te denken dat Gods bestaan de wereld tot een betere plaats maakt of zou maken.”

Verduidelijk je gedachten
Veel filosofen – en wellicht ook andere geïnteresseerden – kijken ongetwijfeld reikhalzend uit naar de bevindingen van de onderzoekers. “Ik denk dat dit project de manier waarop we naar de wereld kijken op verschillende manieren kan veranderen,” stelt Kraay. “Het kan mensen laten zien dat er veel verschillende posities zijn die je omtrent dit onderwerp in kunt nemen – waarschijnlijk meer dan je zou denken. Wanneer je je daarvan bewust wordt, verbreed je je intellectuele horizon. Ten tweede kan het zijn dat mensen die zich met dit onderzoek bezighouden op argumenten stuiten die hun pre-theoretische intuïtie omtrent dit onderwerp onderschrijven of ze stuiten op argumenten die in strijd zijn met hun oorspronkelijke visie. In beide gevallen hoop ik dat dit onderzoek ze uitdaagt om hun gedachten over dit belangrijke onderwerp te verduidelijken.”

Kraay heeft tevens goede hoop dat het onderzoeksproject kan bijdragen aan ietsje minder venijn tussen atheïsten en mensen die geloven in God. Sterker nog: wellicht kunnen atheïsten en gelovigen in hun discussies stuiten op iets waar ze het over eens zijn. “Zo kan blijken dat een theïst en een atheïst beiden pro-theïsten zijn. De theïst denkt natuurlijk dat God bestaat, maar ook dat Gods bestaan de wereld tot een betere plaats maakt dan deze zonder God zou zijn. En de atheïst kan het – ook al gelooft ze niet in God – ermee eens zijn dat wanneer God zou bestaan dat de wereld tot een betere plaats zou maken. Dus ze zijn het eens over iets belangrijks.”