slaap

Nieuw onderzoek suggereert dat jongvolwassenen die doordeweeks te laat naar bed gaan een grotere kans hebben om aan te komen.

Wetenschappers trekken die conclusie nadat ze gegevens van meer dan 3300 jongeren en volwassenen bestudeerden. Ze ontdekten dat jongeren en volwassenen voor elk uur dat ze later naar bed gingen 2,1 punten op de BMI-index verwierven. Die gewichtstoename vond plaats in een periode van ongeveer vijf jaar.

Het verband tussen bedtijd en BMI werd niet beïnvloed door beweging of het aantal uren dat mensen sliepen. “Deze resultaten tonen aan dat de bedtijd van adolescenten en dus niet alleen het totale aantal uren dat zij slapen, een mogelijk doel is voor het op peil houden van het gewicht,” vertelt onderzoeker Lauren Asarnow.

Uit onderzoeken is gebleken dat veel tieners niet aan de geadviseerde negen uur slaap komen en moeite hebben om het op school wakker te houden. Dit heeft alles te maken met het circadiaan ritme van mensen. Dit is een biologisch ritme waarvan één cyclus ongeveer één dag duurt. Diverse belangrijke processen in ons lichaam – waaronder de stofwisseling – worden beïnvloed door dit proces. Wanneer tieners gaan puberen, schuift het circadiaan ritme vaak wat op. Dit onderzoek suggereert echter dat het loont om toch gewoon op tijd naar bed te gaan.