Een ijsberg liet de Titanic zinken. Maar hoe kwam die ijsberg daar? Mede dankzij de maan, zo stellen astronomen.

Het is dit jaar precies honderd jaar geleden dat de Titanic ten onder ging. En nog steeds wordt er volop over nagedacht. Want hoe kon het zo fout gaan? De ene theorie na de andere wordt aangedragen. Zo berichtten we gisteren nog over een historicus die dacht dat een optische illusie uiteindelijk leidde tot het zinken van de Titanic. Astronomen van de Texas State University gooien het nu over een andere boeg. Want, zo stellen ze, eigenlijk weten we allang wat er voor zorgde dat de Titanic zonk. Een ijsberg. Een interessantere vraag is dan ook: waar kwam die ijsberg vandaan?

Samenloop van omstandigheden
De overleden onderzoeker Fergus J. Wood had al eens geopperd dat de stand van de maan de aanwezigheid van de ijsberg misschien kon verklaren. De maan zou op 4 januari 1912 uitzonderlijk dicht bij de aarde hebben gestaan en hoge waterstanden hebben veroorzaakt. De onderzoekers beten zich vast in die theorie. En toen ontdekten ze iets bijzonders. In januari 1912 vielen namelijk wel heel veel unieke gebeurtenissen samen. Op 4 januari 1912 bevond de maan zich extreem dicht bij de aarde: in 1400 jaar tijd was deze nog nooit zo dichtbij geweest. Het moment waarop de maan het dichtst bij de aarde was, viel op enkele minuten na samen met een volle maan. Tegelijkertijd was de aarde de dag daarvoor zo dicht als mogelijk was bij de zon in de buurt gekomen. De kans dat zulke gebeurtenissen samenvallen, is uitzonderlijk klein. Maar het gebeurde begin 1912. En dat had grote gevolgen. Het resulteerde in springtij.

WIST U DAT…

Haast
De onderzoekers zochten uit of springtij resulteerde in meer vrijkomend ijs op Groenland. Maar al snel bedachten ze dat een ijsberg die in januari 1912 vrijkomt onmogelijk in april 1912 in het vaargebied van de Titanic terecht kan komen. “Wanneer ijsbergen richting het zuiden drijven dan komen ze in ondiep water terecht,” vertelt onderzoeker Donald Olson. Daar komen de ijsbergen vast te zitten. Pas als ze verder smelten en weer gaan drijven, kunnen ze zich voortbewegen. Vandaar dat de reis van een ijsberg van Groenland naar het zuiden jaren kan duren. Hoe konden de ijsbergen dan zo snel in het vaargebied van de Titanic belanden?

Hoog water
Dat is het moment waarop de maan weer in beeld komt. Springtij maakt ondiep water diep en zou ervoor gezorgd hebben dat de ijsbergen niet vast kwamen zitten, maar gelijk door konden reizen. Zo belandden ze in waterstromen die ze snel zuidwaarts brachten. “Dat kan verklaren waarom er in het voorjaar van 1912 zoveel ijsbergen waren.”

De onderzoekers benadrukken dat ze onmogelijk kunnen achterhalen waar de ijsberg waar de Titanic op botste zich in januari 1912 precies bevond. Maar het is heel goed mogelijk dat deze ijsberg zich in januari met een beetje hulp van de maan met een dodelijke missie richting het zuiden haastte.