Het eenjarige zee-ijs is dun en wordt sterker beïnvloed door het weer dan door de opwarming van de aarde.

Het zee-ijs dat als een deken over de Noordelijke IJszee ligt, is sinds 1958 sterk aan het veranderen. Hoe er eerst vooral dik, meerjarig ijs op de zee rustte, neemt nu dunner, seizoensijs de overhand. En dit jongere zee-ijs is vele malen kwetsbaarder. De bevindingen zijn terug te lezen in het tijdschrift Environmental Research Letters.

Seizoensijs
De onderzoekers gebruikten zowel satellietgegevens als onderzeese sonardata om de dikte van het Arctische zee-ijs over de laatste zestig jaar in kaart te brengen. En de onderzoekers ontdekten dat de Arctische ijslaag sinds 1958 ongeveer twee derde van zijn dikte heeft verloren. Op dit moment is het Arctische zee-ijs het jongste en dunste sinds het begin van de metingen: meer dan 70 procent van het zee-ijs is nu seizoensgebonden, wat betekent dat het zee-ijs in de winter groeit, maar vervolgens in de daaropvolgende zomer gelijk weer smelt. “Het seizoensijs groeit nu tot ongeveer twee meter diepte in de winter, vervolgens smelt het meeste ervan weer in de zomer,” zegt onderzoeker Ron Kwok.

Kenmerken
Zee-ijs – van elke leeftijd dan ook – is bevroren oceaanwater. Als het zee-ijs echter verschillende smeltseizoenen overleeft, veranderen de kenmerken ervan. Zo is meerjarig ijs dikker, sterker en grover dan seizoensijs. Daarnaast is het minder zout – het kan bijvoorbeeld als drinkwater dienen. Dunner ijs is vanzelfsprekend zwakker. Het smelt sneller en breekt gemakkelijker af. Hierdoor is het veel vatbaarder voor bijvoorbeeld de wind.

Zee-ijs minimum
Door de toename van het eenjarige ijs, komen er ook minder vaak recordschommelingen voor. Zo is er sinds 2012 geen nieuw record geweest in het zee-ijs minimum, ondanks jaren van opwarming in het Noordpoolgebied. Ook dit heeft te maken met het verlies van het dikkere, meerjarige ijs. Wil je weten wat de minimale omvang van het zee-ijs dit jaar was? Lees het hier terug.

Noordelijke IJszee
En op dit moment is de Noordelijke IJszee bedekt met meer seizoensijs dan meerjarig ijs. Dit komt mede doordat de luchttemperaturen in de poolgebieden de afgelopen decennia zijn toegenomen. Zo is het in het verleden niet vaak voorgekomen dat zee-ijs op de Noordelijke IJszee smolt. Elk jaar dreef wat meerjarig ijs de Oost-Groenlandse Zee op, waar het vervolgens wegslonk, of juist dikker groeide en het smeltseizoen overleefde. Maar door de warmere temperaturen, smelt grote hoeveelheden meerjarig ijs nu in de Noordelijke IJszee zelf. Daarnaast is er te weinig zee-ijs dat de zomer overleeft. Dit betekent dat de verhoudingen tussen meerjarig ijs en seizoensijs veranderen. “De dikte en bedekking in het noordpoolgebied worden nu vooral bepaald door de groei, het smelten en de deformatie van het seizoensijs,” legt Kwok uit.

De onderzoekers voorspellen dat dit patroon waarschijnlijk zal aanhouden. Hoewel er nog wel meerjarig zee-ijs op de Noordelijke IJszee te vinden is, is dit met meer dan 2 miljoen vierkante kilometer afgenomen.