Maar veel scheelde het niet: in 137 jaar tijd was er slechts één maart warmer dan de maart van 2017.

Alleen in maart 2016 vielen de gemiddelde temperaturen hoger uit dan in maart 2017. Dat heeft het Goddard Institute for Space Studies (GISS) bekend gemaakt.

Maart
De gemiddelde temperatuur in de maand maart lag dit jaar 1,12 graden Celsius hoger dan gemiddeld in de maanden maart van de jaren 1951 tot en met 1980 het geval was. Ter vergelijking: in maart 2016 lag de gemiddelde temperatuur 1,27 graden Celsius boven de gemiddelde temperatuur die in de maanden maart van de jaren 1951 tot en met 1980 gemeten werd. Het betekent dat de gemiddelde temperatuur in maart 2017 0,15 graden Celsius lager lag dan in maart 2016. Maar tegelijkertijd was maart 2016 wel 0,2 graden Celsius warmer dan elke andere maand maart waarin we tot op heden de gemiddelde temperatuur hebben gemeten (met uitzondering van maart 2016 dan natuurlijk).

Deze grafiek laat zien in hoeverre de gemiddelde temperatuur in maart 2017 afweek van de basislijn (de gemiddelde temperatuur in diezelfde maand in de jaren 1951-1980). Afbeelding: GISS.

De metingen
Het GISS – onderdeel van NASA – trekt die conclusie op basis van temperatuurmetingen van 6300 weerstations wereldwijd, metingen van onderzoekstations op Antarctica en instrumenten aan boord van schepen en boeien. Het instituut komt elke maand met een dergelijke update. Zo was januari 2017 de op twee na warmste januarimaand die ooit is gemeten (de maand legde het af tegen dezelfde maanden in 2016 en 2007). En februari 2017 ging de boeken in als de op één na warmste februarimaand ooit gemeten.

Met name Europa en Rusland waren in maart 2017 veel warmer dan in dezelfde maand in de periode 1951-1980 het geval was. Ook de VS was voor een groot deel relatief warm, terwijl Alaska juist relatief koel was. Afbeelding: GISS.

Wat betekenen deze metingen nu? Op zichzelf niet zoveel. Zo kan één relatief warme maand niet bewijzen dat het klimaat aan het veranderen is. Maar vele van deze metingen samen kunnen dat wel. Zo kiest GISS er bewust voor om de metingen af te zetten tegen een basislijn: de gemiddelde temperaturen die in dezelfde maand in de periode tussen 1951 en 1980 zijn gemeten. “De GISS-analyses zijn voornamelijk gericht op temperatuurveranderingen op lange termijn, dus over een periode van vele decennia en eeuwen,” zo is op de site van het GISS te lezen. En zo’n basislijn maakt het gemakkelijker de afwijkingen consistent in beeld te krijgen. Zo zien we bijvoorbeeld dat de eerste maanden van dit jaar geen recordbrekers zijn. Maar ze zijn wel veel warmer dan de basisperiode en passen in dat opzicht dan ook in de trend die we op lange termijn zien: de gemiddelde temperatuur stijgt.