Door mee te liften in de maag van een Triceratops konden zaden tientallen kilometers afleggen.

Dat dinosaurussen zaden aten, staat vast. Er zijn al heel wat fossiele resten teruggevonden die dat aantonen. Zo stuitten onderzoekers recent in Zuid-Amerika nog op een dinosaurusmaag die rijkelijk gevuld was met zaden van palmvarens. En afgaand op dergelijke vondsten wordt ook aangenomen dat die zaden hun reis door het maag- en darmstelsel van de dinosaurus tamelijk heelhuids doorkwamen. Het lijkt dan ook niet ondenkbaar dat de uitgepoepte zaden weer ontkiemden. En zo kunnen dinosaurussen de prehistorische planten dus geholpen hebben om zich in een veel groter gebied voort te planten.

Ver
Maar hoe ver kunnen de dinosaurussen de zaden precies gebracht hebben? En via de maag van welke dinosaurus konden zaden het met name ver schoppen? Over die vragen heeft onderzoeker George Perry zich tijdens de lockdown gebogen. En zijn bevindingen zijn nu gepubliceerd in het blad Biology Letters.


In het blad is onder meer te lezen dat dinosaurussen zoals de Triceratops en de Stegosaurus de zaden met name heel ver konden verplaatsen. Gemiddeld zouden zaden die zij opaten vier tot vijf kilometer verderop weer uitgepoept zijn. Maar soms zouden de zaden door mee te liften in de maag van de dinosaurussen ook op meer dan dertig kilometer afstand van de moederplant weer op de aarde kunnen zijn gevallen.

Lopen en poepen
Perry trekt die conclusie nadat hij de snelheid waarmee deze dinosaurussen zich verplaatsten, afzette tegen de frequentie waarmee ze zich ontlastten. Beide variabelen hangen onder meer nauw samen met de omvang van de dinosaurussen. “We kunnen een aantal fysiologische processen voorspellen aan de hand van lichaamsmassa, dieet en taxonomie,” vertelt Perry aan Scientias.nl. En afgaand op die factoren schat Perry in dat een dinosaurus met een lichaamsgewicht van tussen de 6 en 10 ton de zaden het verst kon transporteren. En dat brengt hem dus onder meer bij de Triceratops en de Stegosaurus.

Grote vraag
Hoewel we weten dat dinosaurussen zaden aten en het goed mogelijk lijkt dat die zaden ook tamelijk onaangetast weer werden uitgepoept, blijft onduidelijk of de zaden daarna ook daadwerkelijk weer konden ontkiemen. “Het is lastig om op basis van fossiele vondsten de ‘kwaliteit’ van de zaadverspreiding te beoordelen,” zo vertelt Perry. “Kwamen de zaden bijvoorbeeld op een veilige plek terecht? En waren ze na te zijn opgegeten nog steeds in staat om te ontkiemen?” Het zijn vragen waar Perry het antwoord schuldig op moet blijven; hij kan simpelweg niet bewijzen dat dinosaurussen een belangrijke rol speelden in de verspreiding van prehistorische planten. Maar ondenkbaar is het gezien de gefossiliseerde maaginhoud van verschillende teruggevonden dinosaurussen zeker niet. En als dinosaurussen zaden verspreidden, dan deden ze dat dus waarschijnlijk over behoorlijke afstanden.


Het onderzoek geeft niet alleen meer inzicht in hoe dingen in het verleden wellicht geregeld waren, maar heeft tevens implicaties voor moderne ecosystemen, zo stelt Perry. “Grote dieren in moderne ecosystemen spelen vaak ook een belangrijke rol bij het verspreiden van zaden én lopen een grotere kans om uit te sterven. Door te proberen om de ecologische processen die dieren in het verleden voor hun rekening namen te begrijpen, kunnen we ook meer grip krijgen op de consequenties van hedendaagse extincties.” Want mensen realiseren zich vaak niet dat het verlies van een soort ook gepaard gaat met het verlies van belangrijke functies die deze soort in een ecosysteem heeft. “Het is gemakkelijk om de huidige biodiversiteitscrisis te zien als een lange lijst (van soorten die uitgestorven zijn of gaan uitsterven, red.), maar elke extinctie gaat ook gepaard met het verlies van functionele relaties waar andere componenten van het ecosysteem (waaronder ook wijzelf) weer afhankelijk van zijn.”

Dinosaurussen zijn er in allerlei soorten en maten. En tot op de dag van vandaag worden er nog regelmatig nieuwe soorten ontdekt. En soms stuiten onderzoekers daarbij op wel heel bijzondere dino’s. Zoals Ubirajara jubatus bijvoorbeeld. De dinosaurus werd vorig jaar ontdekt en is ongetwijfeld één van de meest flamboyante dinosaurussen die we kennen.