strijders

Grofweg 800 jaar geleden stond de grote leider Dzjengis Khan op. Hij verenigde de Mongoolse stammen en veroverde vervolgens een groot deel van de wereld. Nieuw onderzoek toont aan hoe hij dat voor elkaar kreeg: hij had het weer mee.

Aan het eind van de twaalfde eeuw zag het er nog slecht uit voor de Mongoolse stammen. Ze vochten elkaar de tent uit. En toen nam Dzjengis Khan de leiding. Hij toverde de ruziemakende stammen om tot één natie die te paard in rap tempo de omringende gebieden aan het eigen leefgebied toevoegde. Dzjengis Khan stierf in 1227, maar zijn zonen en kleinzonen zetten zijn missie voort. Al snel maakte het hedendaagse Korea, India, oost-Europa, zuidoost-Azië, Perzië, China en Rusland deel uit van het grote Mongoolse Rijk.

Uitstekend weer
Wetenschappers hebben zich lang afgevraagd hoe enkele stammen er in relatief korte tijd in slaagden om een groot deel van de wereld te veroveren. Eén van de theorieën was dat de Mongoolse stammen thuis met slecht weer te maken kregen en daarom de wijde wereld introkken en deze veroverden. Maar een nieuw onderzoek veegt die theorie nu van tafel. De stammen hadden niet te maken met slecht weer, maar juist met uitstekend weer dat het gemakkelijker maakte om de wereld tot hun rijk te maken.

Paarden

Elke Mongoolse strijder beschikte over vijf of meer paarden. Voedsel verkregen ze door de met hen meereizende kuddes vee. Die paarden en dat vee moesten eten, dus regen en plantengroei was de basis van het succes van deze strijders. Een mild klimaat moet het Mongoolse Rijk een boost hebben gegeven. Maar het moet worden toegegeven: de Mongolen waren zelf ook bijzonder vindingrijk. Ze konden uitstekend paard rijden en waren zeer strategisch.

Boomringen
Onderzoekers trekken die conclusie nadat ze boomringen bestudeerden. En niet zomaar boomringen, maar ringen van de Siberische den. Deze bomen groeien heel traag en kunnen heel oud worden. En zelfs nadat ze dood zijn gegaan, kunnen hun stammen nog zeker 1000 jaar mee gaan alvorens deze weg beginnen te rotten. De onderzoekers bestudeerden de bomen en hun ringen (waaronder ringen die teruggingen tot zo’n 650 voor Christus!). De ringen vertelden ze meer over de temperaturen en regenval waar het Mongoolse Rijk mee te maken kreeg. Het is een duidelijk verhaal. Toen de stammen nog met elkaar vochten, was er in het gebied sprake van enorme droogte. Die duurde van 1180 tot 1190. Zo tussen 1211 en 1255 – precies de periode waarin het Mongoolse Rijk groot werd – namen de regenval en milde temperaturen toe. “De overgang van extreme droogte tot extreme vochtigheid suggereert dat het klimaat een rol speelde in de gebeurtenissen,” stelt onderzoeker Amy Hessl. “Het was niet het enige wat een rol speelde, maar het moet de ideale omstandigheden hebben gecreëerd waaronder een charismatische leider uit de chaos kon verrijzen, een leger kon oprichten en de macht kon concentreren.” Het natte klimaat leidde tot meer plantengroei en dat leidde weer tot meer paardenkracht.

Het Mongoolse Rijk in 1227. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Het Mongoolse Rijk in 1227. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Tegenwoordig
Nadat het Mongoolse Rijk zich flink had uitgebreid, veranderde het klimaat opnieuw. Het werd toen weer als voorheen: kouder en droger. De laatste twee eeuwen vormen een uitzondering daarop. De laatste veertig jaar zijn de temperaturen in dit deel van de wereld flink gestegen en sinds de jaren negentig slaat de droogte ‘s zomers hard toe, waarna vaak een ongebruikelijk lange, koude winter volgt. De laatste lange, koude winter (2009/2010) kostte aan acht miljoen dieren het leven en ontnam vele herders hun inkomen. Die herders nemen hun toevlucht tot de stad, waar inmiddels de helft van de bevolking van Mongolië leeft.

En de nabije toekomst ziet er niet veel beter uit. Klimaatmodellen voorspellen dat dit deel van de wereld nog verder op zal warmen en aanzienlijk sneller dan de wereld gemiddeld doet. Dat zou betekenen dat de droogte een nog groter probleem wordt. Voor herders met grote kuddes lijkt geen plaats meer in dat Mongolië en ook voor de weinige landbouwers ziet het er niet goed uit. Wellicht is er in de toekomst nog wat werkgelegenheid te vinden in de mijnen of andere industriële bedrijven, maar ook dat zijn takken van sport waarin doorgaans water wordt verbruikt en het is onduidelijk waar de inwoners van Mongolië dat in een warmere wereld vandaan moeten gaan halen.