Dat mannen en vrouwen van elkaar verschillen, is natuurlijk niets nieuws. Maar dat ze ook een andere spreekstijl en woordkeuze hebben, wel. Een Nederlandse onderzoeker ontdekte dat de verschillen tussen mannentaal en vrouwenpraat redelijk groot zijn.

Onderzoeker Karen Keune van de Radboud Universiteit Nijmegen concludeert dat op basis van een corpusstudie. Een corpus is een grote verzameling van geschreven of gesproken teksten. Keune bestudeerde gesproken teksten van vierentwintig groepen sprekers om te achterhalen welke effecten de sociale achtergrond van mensen (deze wordt mede bepaald door leeftijd, opleiding en geslacht) op woordkeuze heeft.

Anders
Zo ontdekte ze dat mannen en vrouwen een heel andere woordkeuze en spreekstijl hebben. Vrouwen hebben bijvoorbeeld een heel betrokken spreekstijl en gebruiken in vergelijking met mannen veel werkwoorden en ook veel veelvoorkomende woorden. Mannen daarentegen praten wat informatiever, gebruiken minder veelvoorkomende woorden en meer zelfstandige naamwoorden.

Veelgebruikte woorden
Daarnaast keek Keune ook welke woorden hoogopgeleide mannen en vrouwen het meest gebruikten. Zo ontdekte ze dat mannen de woorden ‘je’ en ‘d’r’ vaak gebruiken. Terwijl vrouwen ‘ik’ en ‘hij’ vaker uitspreken. Ook bleken mannen vaker ‘ja’ en ‘nee’ te zeggen en meer lidwoorden te gebruiken. Dat laatste is logisch: mannen gebruiken immers ook meer zelfstandige naamwoorden.

WIST U DAT…

…mannen en vrouwen zich tijdens gesprekken op heel andere dingen richten?

Dadelijk
Keune bestudeerde ook welke 32 woorden die eindigen op ‘lijk’ het meest gebruikt werden. Mannen bleken woorden als ‘tamelijk’, ‘onmiddellijk’ en ‘ongelofelijk’ te gebruiken. Ook ‘feitelijk’ en ‘duidelijk’ werd veel genoemd. Vrouwen gebruikten weer hele andere woorden vaker: ‘dadelijk’, ‘lelijk’, ‘eindelijk’, ‘vrolijk’, ‘verschrikkelijk’ en ‘vriendelijk’.

Opleiding
Niet alleen mannen en vrouwen onderscheiden zich van elkaar door spreekstijl en woordkeuze. Ook mensen met een verschillend opleidingsniveau doen dat. Zo spreken mannen met een hoger opleidingsniveau bijvoorbeeld informatiever.

Hoewel het onderzoek zeker interessant is, rijst natuurlijk ook de vraag wat het nut ervan is. Keune’s onderzoek toont aan dat sociale achtergronden invloed hebben op spreekstijl en woordkeuze. Dat betekent dat in toekomst taalonderzoek niet zomaar uitgegaan kan worden van één standaardspreker. Die bestaat namelijk eigenlijk niet.