vader en zoon

Mannen die in vergelijking met andere mannen kleine zaadballen hebben, nemen een groter deel van de zorg voor hun kinderen op zich dan mannen met grotere zaadballen. Dat blijkt uit antropologisch onderzoek.

De onderzoekers verzamelden 70 vaders met een kindje tussen de één en twee jaar oud. Alle vaders leefden met het kind en de moeder ervan samen. Zowel de vaders als de moeders kregen vragen voorgelegd over de mate waarin vader voor het kind zorgde en welke taken hij dan specifiek op zich nam (luiers verwisselen, het kind voeden, in bad doen, een dagje thuis blijven als het kind ziek was, etc.). Ook werd het testosteronniveau van de mannen vastgesteld en ondergingen ze een hersenscan terwijl ze naar foto’s van hun kind en andere kinderen keken. Bovendien maten de onderzoekers het volume van de zaadballen van de mannen op.

WIST U DAT…

…guppy’s tien maanden na hun dood nog vader kunnen worden?

Kleine zaadballen
Uit het onderzoek blijkt dat mannen die een groot deel van de zorg voor de kinderen op zich namen doorgaans kleinere zaadballen hadden. Bovendien bleken deze vaders sterker dan vaders met grotere zaadballen, wanneer ze naar foto’s van hun kinderen keken een deel van de hersenen te activeren dat verband houdt met zorg voor anderen.

Verband
Mannen met kleinere zaadballen steken dus meer tijd in de zorg voor hun kinderen. Dat er een verband is tussen die twee staat daarmee vast. Maar om wat voor verband het gaat, weten de onderzoekers niet zeker. “We nemen aan dat de grootte van de teelballen bepaalt hoe betrokken de vaders zijn,” vertelt Rilling. “Maar het kan ook zijn dat de zaadballen wanneer mannen meer betrokken raken bij de zorg voor de kinderen, krimpen.” Dat laatste lijkt misschien gek, maar dat valt wel mee, zo stelt Rilling. Hij wijst erop dat onze omgeving invloed uitoefent op ons lichaam. “We weten bijvoorbeeld dat het testosteronniveau van mannen daalt wanneer ze vader worden.”

“De kleinere zaadballen laten waarschijnlijk zien dat een man niet alles hebben kan”

Niet alles
De onderzoekers vermoeden dat de kleinere zaadballen van zorgende vaders laten zien dat een man niet alles hebben kan. Als hij meer energie steekt in het ene (de zorg voor de kinderen) gaat dat ten koste van het andere (de zaadballen).

De onderzoekers voerden de studie uit, omdat ze te weten wilden komen waarom sommige vaders in tegenstelling tot andere vaders heel veel tijd in hun kinderen steken. “Dat is een belangrijke vraag, want eerdere studies hebben aangetoond dat kinderen met betrokken vaders het sociaal en psychologisch beter doen en ook beter presteren op school.” In het verleden werd een verklaring voor betrokkenheid van de vader vaak gezocht in culturele, sociale en economische factoren. “Onze studie is het eerste onderzoek dat kijkt of de menselijke anatomie en het brein deze variatie in inspanning van vaders kant kan verklaren,” stelt onderzoeker Jennifer Mascaro.