fraude

Fraude vindt in alle lagen van de wetenschappelijke bevolking plaats: van trainees tot hoge piefen aan de faculteiten. Maar mannen zijn over het algemeen wel sterker dan vrouwen geneigd om te frauderen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek.

Dat schrijven onderzoekers van het Albert Einstein College of Medicine van de Yeshiva University. Ze baseren hun conclusie op een onderzoek naar 215 fraudezaken in de VS, die tussen 1994 en 2012 plaatsvonden.

Trainee
Uit een analyse van die fraudezaken blijkt onder meer dat in 40 procent van de gevallen een trainee de fraudeur was. In 32 procent van de gevallen ging het om een lid van een faculteit. In 28 procent van de gevallen om ander onderzoekspersoneel (denk aan technici, coördinatoren van de studie en mensen die proefpersonen vragen stelden).

WIST U DAT…

…één van de meest spraakmakende wetenschappelijke fraudezaken al uit het begin van de twintigste eeuw stamt? Wij presenteren: de Piltdown Man!

Mannen
In 65 procent van de 215 fraudezaken werd er gefraudeerd door een man. Maar het percentage frauderende mannen bleek wel te variëren toen de onderzoekers naar verschillende functies in de wetenschappelijke wereld gingen kijken. Onder de frauderende leden van de faculteit was bijvoorbeeld 88 procent man. In het geval van frauderende postdoctorale onderzoekers was 69 procent man en onder frauderende studenten en frauderend onderzoekspersoneel ging het respectievelijk in 58 en 43 procent van de gevallen om mannen. Maar in elke categorie was de verhouding frauderende mannen groter dan men op basis van het aantal werkzame mannen zou verwachten, zo schrijven de onderzoekers in het blad mBio.

Oorzaken
Tijdens het onderzoek hebben wetenschappers niet proberen te achterhalen waarom mannen sneller geneigd zijn om fraude te plegen. Toch hebben ze daar wel ideeën over. “Zoals onderzoek al heeft aangetoond zijn mannen meer dan vrouwen geneigd om risico’s te nemen,” vertelt onderzoeker Arturo Cassadevall. “En fraude plegen houdt in dat je risico’s neemt. Het kan ook zijn dat mannen competitiever zijn of dat vrouwen gevoeliger zijn voor de dreiging van sancties.” Maar wat de precieze oorzaak is, weet Cassadevall niet. “Nu we het probleem hebben gedocumenteerd, kunnen we een serieuze discussie beginnen over wat er gaande is en wat we eraan kunnen doen.”

Het onderzoek levert al met al best nog wel wat verrassingen op. Zo hadden de onderzoekers verwacht dat trainees sneller geneigd zouden zijn om fraude te plegen dan wetenschappers die het al gemaakt hebben. Trainees voelen immers de druk om onderzoeken gepubliceerd te krijgen: een stap die nodig is, willen zij geld krijgen voor onderzoek. Maar fraude komt in alle lagen van de wetenschappelijke wereld ongeveer even vaak voor. “Je zou verwachten dat wetenschappers zich wanneer ze de carrièreladder beklimmen, zekerder voelen,” vertelt Cassadevall. Maar hoe groter het laboratorium waar je over gaat is, hoe meer geld je nodig hebt en hoe meer druk er is om te publiceren en hoe groter de verleiding om te frauderen.” Nu volgen eigenlijk alleen mensen die aan het begin van hun wetenschappelijke carrière staan cursussen en trainingen die draaien om ethiek. Maar het feit dat fraude in alle lagen van de wetenschappelijke wereld voorkomt, suggereert dat een (opfris)cursus ethiek voor gevorderden geen kwaad kan. “Het zal al het wangedrag niet stoppen, maar het is een begin.”