Uit nieuw onderzoek blijkt dat de snelheid waarmee we bepaalde medicatie verwerken mede bepaald wordt door het zonlicht. Op zonnige dagen worden medicijnen veel sneller afgebroken. Zonnige dagen vragen wellicht dan ook om een grotere dosis.

Het vermoeden dat zonlicht invloed heeft op onze medicatie bestaat al langer. Uit eerdere onderzoeken was gebleken dat vitamine D – een stofje dat mensen op zonnige dagen aanmaken – invloed heeft op het enzym CYP3A4. Dit enzym bevindt zich in de lever en is nauw betrokken bij de verwerking van medicijnen.

Medicijnen
Onderzoeker Erik Eliasson besloot uit te gaan zoeken hoe groot de invloed van zonlicht werkelijk was. Hij volgde tien jaar lang 6000 mensen. Een deel van de proefpersonen slikte medicijnen die werden afgebroken door CYP3A4. De rest slikte medicijnen die op een andere manier werden verwerkt. Gedurende het onderzoek werden in totaal zo’n 70.000 bloedmonsters afgenomen om te bepalen hoe snel het medicijn werd afgebroken. Er werd vooral gekeken naar de perioden waarin de mens de meeste en minste vitamine D aanmaakt.

WIST U DAT…

Zomer
Uit de studie blijkt dat de medicijnen die door CYP3A4 werden verwerkt (in het experiment werd enkel gebruik gemaakt van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken, red.) in de zomer inderdaad sneller werden afgebroken. De hoeveelheid medicijnen in het bloed was in de zomermaanden zeven tot zeventien procent lager dan in de winter. De mensen die medicijnen slikten die niet door CYP3A4 werden afgebroken, vertoonden geen verschillen tussen de zomer- en wintermaanden.

Veel zon
Het onderzoek wijst erop dat mensen in de zomermaanden meer medicijnen nodig hebben om hetzelfde effect te behalen als in de winter. Met name in landen waar de hoeveelheid zonlicht gedurende het jaar sterk fluctueert, kunnen patiënten last hebben van de snellere afbraak van de medicijnen.

Dat mensen in de zomer medicijnen en andere giftige stoffen sneller afbreken, is ergens logisch. Waarschijnlijk aten onze voorouders in de zomer veel meer vlees: dieren waren dan gemakkelijker te vangen. Dat vlees bevatte veel bacteriën en dus had het lichaam er baat bij dat alles snel werd afgevoerd.