Wetenschappers hebben tijdens een tweede klinische test aangetoond dat het medicijn arbaclofen de chemische stoffen in het brein van mensen met autisme in balans kan brengen. Dat resulteerde bij vrijwel alle vijfentwintig proefpersonen in minder driftbuien en betere sociale vaardigheden. Een voorzichtige doorbraak, dus.

Op dit moment krijgen mensen met autisme al diverse medicijnen voorgeschreven. Vaak gaat het dan om pilletjes die specifieke symptomen bestrijden. Bijvoorbeeld antidepressiva of antipsychotica. Arbaclofen daarentegen pakt het hele probleem aan. Het medicijn brengt de chemische stofjes in het brein weer in balans. “We proberen de signaalfunctie in het brein te normaliseren,” legt onderzoeker Randall Carpenter uit.

Mensen met autisme produceren teveel glutaminezuur en te weinig gamma-aminoboterzuur. Arbaclofen trekt die verschillen recht. “Het zorgt ervoor dat zij (de patiënten, red.) niet meer overgevoelig zijn.”

Tijdens een eerdere klinische proef bleek ook al dat arbaclofen goed werk verricht. Dat een tweede experiment die resultaten bevestigt, is hoopgevend. Tijdens een derde proef met 150 patiënten moet nogmaals blijken of het medicijn de verwachtingen kan waarmaken.