In 1895 ontdekte de zus van de excentrieke paleontoloog Franz Baron Nopcsa kleine dinosaurusbotten in Transsylvanië. Volgens Nopcsa waren dit de restanten van dwergdino’s, die ooit op een eiland leefden. Bijna iedereen lachten hem toentertijd uit. Nu niet meer. Er zijn steeds meer bewijzen dat dwergdinosaurussen hebben bestaan.

Het grootste argument die tegenstanders gebruiken is dat de gevonden fossielen van jonge dino’s zijn. En deze jonge dino’s zijn vanzelfsprekend kleiner dan de volwassen exemplaren.

Een team van wetenschappers heeft een fossiel van een Transsylvanische dinosaurus – de Magyarosaurus dacus – onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de dinosaurus nooit groter is geworden dan een paard. Dit lijkt groot, maar vergeet niet dat sauropoden gigantische dinosauriërs waren. Ze hadden een lange nek om bladeren te eten en wogen ongeveer honderd ton. Een sauropod ter grootte van een paard is relatief gezien enorm klein.

“Bot is levend weefsel en verandert gedurende het leven van een dier”, vertelt Koen Stein van de Bonn universiteit. Het skelet van een volwassen mens ziet er anders uit dan het skelet van een baby. Niet alleen qua grootte, ook qua structuur. Dit geldt ook voor sauropoden. “Uit de analyse van het fossiel blijkt dat de kleine dino volwassen was. Wij vonden namelijk ‘volwassen’ eigenschappen.”

Het is niet gek dat dieren op eilanden krimpen. Op eilanden is minder voedsel te vinden dan op het vasteland. Daarnaast zijn er vaak minder roofdieren. Wie minder eet, groeit minder hard. En als er geen vijanden zijn, is het evolutionair gezien niet nodig om groot te worden.