Nog niet eerder vielen dit decennium zoveel mensen ten prooi aan de soms nog altijd fatale ziekte.

Dat blijkt uit cijfers die de Wereldgezondheidorganisatie (WHO) vandaag vrij geeft. In 2018 hebben 82.596 mensen in 47 van de 53 Europese landen de mazelen opgelopen. Dat zijn er drie keer meer dan 2017 en vijftien keer meer dan in 2016. Zo’n 72 mensen stierven in 2018 aan de mazelen.

Vaccinaties
De cijfers zijn in zekere zin best verrassend. In 2017 bleek nog dat steeds meer kinderen in Europa tijdig de twee vaccinaties tegen de mazelen ontvingen. Naar schatting kreeg zo’n 90% van de kinderen in Europa beide prikken. Een record. Ook nam het aantal kinderen dat in ieder geval de eerste vaccinatie tegen de mazelen ophaalde iets toe. Naar schatting kreeg zo’n 95% van de kinderen die eerste prik en zo’n hoog percentage was sinds 2013 niet meer gemeten. Kortom: het leek erop dat er vooruitgang was geboekt in de strijd tegen de mazelen. En toch eiste de ziekte in 2018 veel slachtoffers. Hoe kan dat? Het is volgens de WHO te verklaren doordat de vaccinatiegraad van land tot land en ook binnen landen sterk uiteenloopt. In sommige gebieden ligt de vaccinatiegraad veel hoger dan in andere. Kijk je op nationaal of internationaal niveau naar de cijfers, dan rollen er vaak nog aardige gemiddelden uit. Maar in werkelijkheid zijn er dus veel gebieden waarin mensen onvoldoende tegen de mazelen beschermd zijn en het virus toch de ruimte krijgt om toe te slaan. En dat zien we terug in de cijfers over 2018.

Het belang van een hoge vaccinatiegraad
Om de mazelen uit te bannen, moet zeker 95% van een populatie tegen de ziekte zijn ingeënt. Zo ontstaat namelijk kudde-immuniteit, waarbij ook mensen die niet tegen de mazelen zijn ingeënt – denk bijvoorbeeld aan pasgeboren baby’s – tegen de ziekte beschermd zijn. Lees er meer over in dit artikel.

“Hoewel de data wijzen op een uitzonderlijk hoge vaccinatiedekking op regionaal niveau, onthullen de gegevens ook dat recordbrekend veel mensen door de ziekte zijn getroffen en gestorven,” aldus Zsuzsanna Jakab, namens de WHO. “Dat betekent dat er op lokaal niveau nog steeds mazen zijn waar het virus zich een weg doorheen kan banen.” In andere woorden: de successen die op nationaal en Europees niveau in de strijd tegen mazelen worden geboekt, maskeren waarschijnlijk problemen die er omtrent vaccinaties op subnationaal niveau zijn. “Het is aan te bevelen om een zo hoog mogelijke nationale dekkingsgraad te bewerkstelligen,” aldus Nedret Emiroglu, eveneens verbonden aan de WHO. “Maar het kan ons blind maken voor de mensen en plaatsen die we nog missen. En juist daar moeten we ons meer voor inspannen.”

Volgens de WHO is het zaak dat landen zich inspannen voor een zo hoog mogelijke vaccinatiegraad. Het betekent dat ze ervoor moeten zorgen dat alle bevolkingsgroepen tijdig toegang hebben tot de benodigde vaccins. Ook moeten landen in kaart brengen hoe het er op lokaal niveau met de vaccinatiegraad voorstaat. Daarnaast moet er ook gewerkt worden aan het vertrouwen in het vaccin. Steeds meer mensen kiezen er bewust voor om hun kinderen niet in te laten enten, omdat ze bang zijn voor bijwerkingen of het simpelweg niet nodig achten. In januari identificeerde de WHO die vaccinatieweigeraars nog als één van de tien grootste bedreigingen voor de volksgezondheid.