Nieuw onderzoek wijst erop dat er in zware omstandigheden veel meer meisjes dan jongens geboren worden.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Proceedings of the Royal Society B. Ze baseren hun conclusie op een onderzoek onder meer dan 310.000 Chinese vrouwen.

Verhouding
De vrouwen in kwestie schonken tussen 1929 en 1982 het leven aan kinderen. De onderzoekers keken in het bijzonder naar de geslachtsratio, dit is de verhouding tussen het aantal jongetjes en meisjes. Normaal gesproken gaat dat min of meer gelijk op: er worden vaak ietsje meer jongens dan meisjes geboren. Maar vanaf april 1960 zien de onderzoekers in de gegevens iets bijzonders. Er werden vanaf dat moment veel meer meisjes dan jongens geboren. Die scheve verhouding bleef tot oktober 1963 in stand.

Meer

Meer weten over geslachtsbepaling? Columnist Cees Mulder vertelt er hier graag over.

Grote Sprong Voorwaarts
Bij wie zich een beetje in de geschiedenis van China verdiept heeft, gaat ongetwijfeld een belletje rinkelen. In de periode tussen 1959 en 1962 was er in China sprake van een hongersnood. De Chinese leider had besloten dat het land een Grote Sprong Voorwaarts moest maken en dat ging ten koste van de voedselvoorziening. Als gevolg daarvan stierven miljoenen mensen en nog veel meer mensen hadden niets te eten. Een zware tijd die een stempel lijkt te drukken op de kinderen die geboren worden.

“Deze vondsten onderschrijven de hypothese dat moeders die in goede omstandigheden leven vaker zonen krijgen, terwijl moeders in slechte omstandigheden vaker dochters krijgen,” zo schrijven de onderzoekers. Dat we dat effect niet zagen na bijvoorbeeld de Nederlandse hongerwinter van 1944-1945 is volgens de onderzoekers ook goed te verklaren. Deze duurde te kort om echt een stempel te drukken op de geslachtsratio.