Eerder deze week werd al bekend dat onderzoeker Lee Berger de restanten van een twee miljoen jaar oud kind had gevonden. Men vermoedde toen dat de vondst wel eens een missend puzzelstukje in de evolutie van aap naar mens kon zijn. Gisteren werd bekend dat het kind niet alleen was.

Lee Berger en zijn team vonden in augustus 2008 de fossiele restanten van twee ‘mensen’: een jonge man en een volwassen vrouw. Ondertussen is uit een grondig onderzoek gebleken dat het wellicht om een geheel nieuwe menssoort gaat: de australopithecus sediba. De mensen liepen recht overeind en deelden veel fysieke trekken met de eerste mensen.

Foto: AFP/Telegraph.co.uk

Overgangssoort
De gevonden mensachtigen leefden tussen de 1,78 en 1,95 miljoen jaar geleden en kunnen wel eens vele vragen omtrent de evolutie van aap naar mens beantwoorden. “Australopithecus sediba is ongetwijfeld een overgangssoort met een mozaïek aan kenmerken die later ook door de mensachtigen in de lijn van het mensengeslacht werden gedeeld,” vertelt Berger.

Uiterlijk
De gevonden mensachtigen hebben net als apen lange armen en sterke handen. Hun bekken is ver ontwikkeld en ze hebben lange benen waardoor ze in staat waren om te stappen en als een mens te rennen. Naar schatting waren de mensachtigen zo’n 1,27 meter groot, maar het kind zou een stukje groter zijn geworden. Het brein van de jonge mensachtige was ongeveer tussen de 420 en 450 kubieke centimeters groot. Dat is veel kleiner dan dat van de moderne mens met een grootte van 1200 tot 1600 kubieke centimeters.

“Dit fossiel geeft ons een uitzonderlijk gedetailleerd kijkje in een nieuw hoofdstuk van de menselijke evolutie toen mensachtigen niet langer afhankelijk waren van een leven in de bomen, maar op de grond gingen leven.” De fossielen zijn in een Zuid-Afrikaanse grot nabij Johannesburg aangetroffen. Er werden naast de mensachtigen nog fossielen van 25 andere soorten gevonden, waaronder een wilde kat, een bruine hyena, een wilde hond, een antilope en een paard.