Dat suggereert tenminste een onderzoek onder gamers die de virtuele wereld waarin hun avatars leefden na elf weken zagen vergaan.

Onderzoekers van de universiteit van Buffalo bestudeerden de virtuele acties van meer dan 80.000 gamers die het spel ArcheAge speelden. De gamers speelden het spel voorafgaand aan de release en waren zich ervan bewust dat hun bewegingen gemonitord werden. Ook wisten ze dat het spel na ongeveer elf weken afgelopen zou zijn.

Moord en doodslag
Uit het onderzoek blijkt dat het einde van de virtuele wereld slechts in een klein percentage van de spelers het slechtste naar boven bracht. Zo nam het aantal moorden in aanloop naar het einde toe, maar werden deze slechts door een klein percentage van de spelers gepleegd.

Sociaal gedrag
De meeste spelers vertoonden naar het einde toe prosociaal gedrag: zij investeerden in het versterken van hun bestaande relaties en het vormen van nieuwe relaties. “Het is net zoiets als naast een vreemde zitten in een vliegtuig,” denkt onderzoeker Ahreum Kang. Je praat niet met die vreemde, “maar als het vliegtuig de landingsbaan nadert, begin je een conversatie, omdat je weet dat het einde van de vlucht nabij is.”

Minder gemotiveerd
Verder blijkt uit het onderzoek wel dat mensen minder gemotiveerd zijn als ze weten dat de virtuele wereld waarin hun avatars wonen, bijna vergaat. Zo deden ze minder moeite om hun avatar verder te verbeteren en braken ze missies veel vaker af.

Kang is de eerste om toe te geven dat de studie beperkingen kent. “We realiseren ons dat de werkelijke consequenties van het vergaan van de wereld, omdat het een videospelletje is, puur virtueel van aard zijn. Maar onze dataset brengt ons wel zo dicht als mogelijk is bij een echt einde-van-de-wereld-scenario.”