mantelmeeuw

Meeuwen doden soms kuikens en eten ze op. En opvallend genoeg vinden die moorden voornamelijk in het weekend plaats. Dat – en meer – heeft onderzoeker Kees Camphuysen, verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) ontdekt.

Dat meeuwen zich vooral in het weekend aan hun jongen vergrijpen, is goed te verklaren. Camphuysen ontdekte dat de meeuwen als het gaat om de zorg voor hun kuikens sterk afhankelijk zijn van het visafval dat vissers overboord gooien. In het weekend zijn de meeste vissers vrij en is er dus ook weinig visafval voorhanden. Vooral in juli – als de tweede helft van de kuikenzorg zich aandient – is dat een probleem. De ouders kunnen niet of nauwelijks aan voldoende eten voor hun hongerige kroost komen. En in zulke tijden nemen de meeuwen dan soms drastische maatregelen…

Patatjes

Camphuysen rustte enkele meeuwen ook uit met een zender. Zo kon hij volgen waar ze heen gingen. Hij ontdekte zo dat kleine mantelmeeuwen tijdens hun zoektocht naar voedsel verder reizen dan zivermeeuwen. Kleine mantelmeeuwen gingen vaker de Noordzee op, achter vissersboten aan. Eén mantelmeeuw – met drie hongerige jongen – reisde zelfs naar Amsterdam en bleef een tijdje in de Leidsestraat hangen. Wellicht heeft ze daar op de grond gevallen patatjes gegeten. Na de Leidsestraat vloog ze ver de Noordzee op, naar de vissersboten. Toen Camphuysen de dag erna de jongen van de meeuw bestudeerde, bleken deze weer goed gegroeid te zijn.

Texel
Camphuysen bestudeert al enkele jaren meeuwen in de Texelse duinen. Hij richt zich voornamelijk op de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw. Ging het de zilvermeeuw in de jaren zestig nog voor de wind: nu is dat wel anders. Het aantal zilvermeeuwen neemt sterk af. De kleine mantelmeeuw doet het een stuk beter: deze kwam in 1930 naar Nederland, werd talrijker en telt inmiddels meer exemplaren dan de zilvermeeuw-soort. Men zou denken dat de kleine mantelmeeuw de zilvermeeuw verdrongen heeft, maar dat is niet waar, zo stelt Camphuysen.

Mens
De toe- en afname van beide soorten lijkt niet direct door elkaar beïnvloed te worden. In plaats daarvan lijkt de mens verantwoordelijk. Mensen voorzagen de zilvermeeuwen bijvoorbeeld op vuilstortplaatsen van voedsel, terwijl kleine mantelmeeuwen juist afkwamen op het visafval dat vissers achterlieten. Tegenwoordig zijn de meeste vuilstortplaatsen afgedekt en dat maakt het voor de zilvermeeuw lastiger om aan voedsel te komen. En ook de kleine mantelmeeuw krijgt het moeilijker: de vissersvloot krimpt namelijk. Bovendien is er nu een Europees beleid waardoor bijvangst niet meer overboord gezet mag worden.

Hoe de toekomst van de meeuwen eruit ziet? Dat is koffiedik kijken, zelfs voor zo’n expert als Camphuysen. De krimpende vissersvloot en daarmee samenhangende afname van visafval zal er waarschijnlijk voor zorgen dat het voor meeuwen de hele week door moeilijk wordt om hun jongen te voeden. Tegelijkertijd is het aannemelijk dat de dieren op zoek gaan naar alternatieve voedselbronnen en hun heil meer landinwaarts gaan zoeken.