aardachtige planeet

Wetenschappers hebben een nieuwe methode bedacht om aardachtige planeten in de Melkweg op te sporen. En de onderzoekers verwachten uiteindelijk met hun methode om en nabij de 100 miljard aardachtige planeten aan te treffen.

De onderzoekers maken gebruik van een techniek die bekendstaat als gravitationele microlensing. Ze combineren die techniek met gegevens die NASA’s Kepler-telescoop verzamelt, zo meldt het blad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

Kepler
“Kepler vindt aardachtige planeten die vrij dicht bij hun ster staan en geschat wordt dat er zo’n 17 miljard van zulke planeten in de Melkweg te vinden zijn. Deze planeten zijn over het algemeen warmer dan de aarde, hoewel sommigen misschien een vergelijkbare temperatuur hebben (en dus leefbaar kunnen zijn) als ze rond een koelere ster, een rode dwerg, draaien,” vertelt onderzoeker Phil Yock. “Ons voorstel is om het aantal planeten met een massa die vergelijkbaar is met de aarde en die op een afstand van hun ster staan die twee keer zo groot is als de afstand tussen de zon en de aarde, te bepalen.” Deze planeten zullen doorgaans koeler zijn dan de aarde. Door de resultaten van Kepler en gravitationele microlensing te combineren, verwachten de onderzoekers een goede schatting te kunnen maken van het aantal aardachtige, bewoonbare planeten in ons sterrenstelsel. Vanzelfsprekend zal dat aantal hoger liggen dan de eerder voorspelde 17 miljard aardachtige planeten: de wetenschappers kijken immers verder dan Kepler. “We verwachten een aantal dat in de buurt komt van de 100 miljard.”

Afbeelding: NASA.

Afbeelding: NASA.

Helderder
Het opsporen van (aardachtige) planeten is best lastig. Dat blijkt wel uit het feit dat de eerste planeet die om een zonachtige ster draaide, pas in 1995 werd ontdekt. Kleine planeetjes die om een zeer heldere ster draaien, gaan vaak op in het licht van de ster en zijn onzichtbaar. De enige manier om de planeet te ontdekken, is indirect. Kepler meet bijvoorbeeld kleine fluctuaties in het licht van sterren die erop kunnen wijzen dat een planeet zich voor de ster langs beweegt. Gravitationele microlensing gaat uit van een ander effect. Het zwaartekrachtsveld van een ster die dichter bij de aarde staat kan het licht van een verre ster versterken. Als er bij de ster die dichter bij de aarde staat een planeet te vinden is, kan dit ervoor zorgen dat het licht van de verre ster gedurende korte tijd helderder wordt (zie hiernaast).

De afgelopen jaren zijn met gravitationele microlensing al verschillende planeten – ter grootte van Neptunus en Jupiter bijvoorbeeld – ontdekt. De gemakkelijkste manier om met deze methode ook aardachtige planeten op te sporen, is door gebruik te maken van een wereldwijd netwerk van telescopen. Zo’n netwerk is er al en kan dus worden ingezet om de methode van de wetenschappers en hun schatting te toetsen.