aardachtig

Uit een analyse van door de Kepler-telescoop verzamelde gegevens blijkt dat zeker zeventien procent van de sterren een planeet heeft die net zo klein is als de aarde. Dat zou betekenen dat zich in de Melkweg alleen al zeventien miljard planeten bevinden die net zo groot als de aarde zijn.

Dat maakten wetenschappers tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de American Astronomical Society bekend. Ze bestudeerden voor hun onderzoek gegevens van de Kepler-telescoop. Deze telescoop bestudeert het licht van sterren. Wanneer een planeet om een ster draait en tussen Kepler en de ster in komt te staan, dimt het licht even. Zo kan de telescoop vaststellen hoeveel planeten er om een ster draaien.

Echte planeten
In de eerste zestien maanden die Kepler actief was, werden al 2400 kandidaat-planeten ontdekt. De onderzoekers vroegen zich vervolgens af hoeveel van die signalen nu echt planeten waren en hoeveel planeten er wellicht aan de aandacht van Kepler zijn ontsnapt. Om dat te achterhalen, simuleerden ze de Kepler-missie. Op basis van die simulatie waren ze in staat om valse signalen weg te filteren. “Er is een lijst van astrofysische configuraties die signalen van planeten kunnen nadoen, maar zij kunnen slechts één tiende van het enorme aantal kandidaten van Kepler verklaren,” vertelt onderzoeker Francois Fressin. “Al de andere signalen zijn echte planeten.”

WIST U DAT…

…recent onderzoek erop wees dat onze Melkweg zeker 100 miljard planeten (en waarschijnlijk nog veel meer!) bevat?

Elke ster een planeet?
Uit het onderzoek bleek ook dat zo’n vijftig procent van de sterren een planeet heeft die net zo groot of groter is dan de aarde en in een baan dicht om de ster draait. Wanneer ook grotere planeten in een wijdere baan om hun ster mee worden genomen, blijkt zeventig procent van de sterren een planeet te hebben. En alles wijst erop dat in ieder geval alle zonachtige sterren planeten hebben.

Vijf categorieën
Vervolgens deelden de onderzoekers al die planeten in vijf categorieën in. Zo’n zeventien procent van de sterren bleek in categorie I te vallen en een planeet te bezitten die 0,8 tot 1,25 keer zo groot is als de aarde en binnen 85 dagen een rondje rond de ster voltooit. Ongeveer 25 procent van de sterren blijkt in categorie II te vallen en een superaarde te bezitten (1,25 tot 2 keer de grootte van de aarde) die binnen 150 dagen een rondje rond de ster voltooit. Nog eens 25 procent van de sterren valt in categorie III en heeft een mini-Neptunus rond zich draaien (2 tot 4 keer de grootte van de aarde) die binnen 250 dagen een rondje rond de ster voltooit. Slechts drie procent van de sterren valt in categorie IV met een grote Neptunus bij zich (4 tot 6 keer de grootte van de aarde) en slechts vijf procent van de sterren bezit een gasgigant (6 tot 22 keer de grootte van de aarde) die er tot 400 dagen over doet om een rondje rond de ster te voltooien.

De vijf categorieën in beeld. Afbeelding: F. Fressin (CfA).

De vijf categorieën in beeld. Afbeelding: F. Fressin (CfA).

De onderzoekers gingen ook na of een bepaald type planeet vaker of juist minder vaak voorkomt rond bepaalde typen sterren. Uit hun studie blijkt dat het type ster er eigenlijk niet toe doet: de verschillende typen planeten kunnen rondom elke soort ster voorkomen. Alleen de gasgiganten vormen hierop een uitzondering. Planeten ter grootte van Neptunus worden net zo vaak rond rode dwergen als rond zonachtige sterren aangetroffen. En datzelfde gold voor kleinere planeten. En dat is best verrassend: het spreekt eerdere onderzoeksresultaten namelijk tegen. “Aardes en superaardes zijn niet kieskeurig,” concludeert onderzoeker Guillermo Torres. “We vinden ze in allerlei omgevingen.”