Diep in de jungle vechten olifanten en dorpelingen om land. Het is een complex en gevaarlijk conflict van twee soorten die proberen te overleven in een steeds kleiner wordend vruchtbaar gebied. Maar hoe los je een conflict waarin geen slechterik, maar ook geen goedzak figureert, op?

Chami is één van de vechtende dorpelingen. Hij bracht onlangs nog een olifant om het leven. “Ik wilde hem niet doden,” vertelt hij. “Maar wat moest ik doen? Deze olifant had mijn oogst al drie keer verwoest.” De vierde keer spande Chami een draad over de weg en zette er spanning op. De olifant werd geëlektrocuteerd en als Chami veroordeeld wordt, krijgt hij drie jaar gevangenisstraf.

Probleem
Het verhaal van Chami illustreert de problematiek. In India vechten zo’n 29.000 olifanten tegen 1,2 miljard mensen. Het begon allemaal met het aanleggen van landbouwgrond: vele hectaren bos gingen verloren, waardoor de olifanten dichterbij de mens kwamen. Vervolgens verbood de regering de jacht op de olifant, waardoor hun aantal steeds groter werd. Ondertussen werd het gebied van de olifant kleiner en kwamen de dieren voor voedsel naar de landbouwgronden van de Indiërs toe. Jaarlijks kost een confrontatie tussen de Indiërs en de olifant aan 200 tot 300 mensen het leven.

Sumatra
Maar niet alleen in India gaat het hard tegen hard. Ook op het Indonesische Sumatra is het sinds een aantal jaren foute boel. De olifanten komen in kuddes naar de akkers en vernietigen daar de palmolievelden. Er is weinig wat de bevolking kan doen: de dieren wegen meer dan duizend kilo en laten zich niet stoppen. Maar ook hier kunnen de olifanten met recht concluderen dat de mens het gevecht gestart is: het gebied waarin de dorpen liggen, behoorde ooit tot een groot bos dat door olifanten werd bewoond.

Verhuizen
Een oplossing ligt niet voor de hand. Sommigen denken dat het beter is het land aan de olifanten terug te geven, maar het verhuizen van hele dorpen is een dure en lange operatie. In het geval van Sumatra zou het bovendien een klap in het gezicht van de regering zijn. De overheid heeft het gebied juist aan de mensen gegeven, omdat eilanden als Java en Bali zo overvol raakten. Toch kan verhuizen een oplossing zijn, zo blijkt uit de ervaringen van de Indiërs. Een aantal families verhuisde daar zodat de olifanten vrijelijk van het ene naar het andere gebied konden lopen en de mens niet meer lastig hoefden te vallen. De families werden nauw begeleid en geholpen bij het opzetten van hun nieuwe dorp. Het lijkt erop dat ze hun draai hebben gevonden. “Ik vind het hier beter,” vertelt één van de vrouwen. “Ik mis het bewegende water wel (de rivier, red.). Ons nieuwe huis is dichterbij de markt waar we onze gewassen verkopen. En we hebben dit jaar drie ossenladingen meer koffie verbouwd.”

Jagen
Een andere oplossing is het openen van de jacht op de olifant. Maar dat zou een hoop woede veroorzaken bij dierenbeschermers. De olifant is immers een kwetsbare diersoort. Toch is het niet voor niets dat mensen in sommige gebieden het recht in eigen hand nemen en de olifanten – ook al is het illegaal – afmaken. Verwoeste oogsten zorgen voor honger. Kleine kinderen krijgen van hun moeders geroosterde modder zodat ze in de laatste momenten van hun leven niet zo gillen. Het is de andere kant van een schrijnend verhaal.

Doorgang
Er is nog een oplossing. Een soort gulden middenweg die met een hoop geld en moeite werkelijkheid kan worden. Olifanten zijn reizigers: ze moeten wel rondtrekken om ervoor te zorgen dat ze voldoende voedsel tot hun beschikking hebben. De routes die ze van oudsher volgen, worden nu echter door allerlei menselijke maatregelen onderbroken. Gedreven door honger laten de dieren zich tot de akkers verleiden. Het behoud van de migratieroutes zou een begin van een oplossing kunnen zijn. Door ervoor te zorgen dat de olifanten moeiteloos van het ene leefgebied naar het andere kunnen, worden de dorpen al minder aantrekkelijk. Maar ook dat is niet gemakkelijk. Het betreffende stuk land moet door de regering eerst als officiële doorgang benoemd worden. Vervolgens moet de bevolking die in of rondom de doorgang woont op de hoogte worden gebracht. En sommigen zullen moeten verhuizen.

Niemand wil dat de olifant uitsterft. Niemand wil de armsten nabij de leefgebieden van de olifant hun land – hun alles: inkomsten, voedsel – afnemen. Toch lijkt het erop dat er een keuze gemaakt moet worden. Maar wie heeft het lef om die knoop door te hakken?