Onderzoek wijst erop dat de mens langzamer evolueert dan gedacht en dat die snelheid ook van mens tot mens verschilt.

De onderzoekers bestudeerden een aantal families en letten met name op de mutaties die in een generatie optraden. Ze moeten concluderen dat het aantal mutaties meeviel en dat de evolutie dus langer duurde dan gedacht.

Veel minder
Elke generatie resulteert gemiddeld in zestig nieuwe mutaties. Dat lijkt misschien veel, maar dat valt wel mee: er zijn in totaal zes miljard zaken die kunnen veranderen en er zijn er dus ‘slechts’ zestig die dat ook echt doen. En dat is veel minder dan gedacht. Eerdere onderzoeken wezen erop dat het om 100 tot 200 mutaties ging.

WIST U DAT…

Apen
Dat betekent dat we veel langzamer evolueren dan gedacht. En dat heeft grote gevolgen. Bijvoorbeeld voor onze kijk op onze geschiedenis. Wetenschappers hebben op basis van het aantal mutaties proberen vast te stellen wanneer de mens ontstond, oftewel zich afscheidde van de apen. Nu blijkt dat de evolutie meer tijd in beslag nam, is het aannemelijk dat we ons eerder afscheidden: zo’n zeven miljoen jaar vroeger.

Vader
Maar het onderzoek leverde nog meer opvallende resultaten op. Zo verwachtten de onderzoekers dat mannen gemiddeld meer mutaties doorgaven, omdat ze bij het maken van sperma veel meer kopieën van hun genoom aanmaken. Maar dat blijkt onjuist. Het varieert heel sterk. In sommige families werden 92 procent van de mutaties via de vader doorgegeven. In andere families was het slechts 36 procent.

Uit het onderzoek blijkt dat lang niet alle mensen even snel evolueren: sommige mensen zijn ‘vatbaarder’ voor mutaties. En dat kan ook op medisch gebied grote gevolgen hebben.