Zelfs wanneer mensen totaal geen invloed hebben op de uitkomst van iets (bijvoorbeeld een poging om zwanger te worden) zijn ze toch nog sterker geneigd om een goede daad te doen en zo hun kansen (hoewel dat niet kan) te vergroten.

Dat blijkt uit een zeer opmerkelijk onderzoek. “Iedereen kent het beginsel van wederkerigheid,” stelt onderzoeker Benjamin Converse. “Het idee ‘voor wat, hoort wat’. Wij vroegen ons af of mensen ook zo denken wanneer ze niet met een ander mens, maar met het universum te maken hebben.”

Experiment
Om dat te achterhalen, zetten de onderzoekers een aantal experimenten op. In het eerste experiment lieten de onderzoekers de proefpersonen nadenken over een situatie waar ze geen controle over hadden, maar die ze nu wel bezighield. Bijvoorbeeld: zouden ze worden aangenomen bij dat leuke bedrijf? Of: zou hun poging om zwanger te raken, zijn gelukt? Een tweede groep proefpersonen dacht niet aan die situaties, maar schreef een tekstje over het dagelijkse leven. Daarna kregen de proefpersonen de vraag voorgelegd of ze bereid waren om wat vrijwilligerswerk te doen. Bijvoorbeeld helpen in het lab of wensen van terminaal zieke kinderen uit laten komen. De mensen die eerder hadden nagedacht over een situatie waar ze geen controle over hadden, waren veel sterker geneigd om zich voor een goed doel in te zetten.

Goede vraag

Ontleent religie haar kracht aan theory of mind? Lees er hier alles over!

Vermakelijk
Voorgaand experiment suggereert dat mensen een goede daad wilden doen om de uitkomst van een onzekere situatie te beïnvloeden (ook al kon dat niet). Maar helemaal zeker was dat niet: het kon ook dat mensen die hadden nagedacht over een onzekere situatie gewoon wat afleiding wilden en daarom voor de goede daden gingen. Om dat laatste uit te sluiten, volgde een tweede experiment. Het was exact hetzelfde als het eerste experiment, alleen konden de proefpersonen aan het eind kiezen uit vrijwilligerswerk dat vermakelijk was en vrijwilligerswerk waarmee ze anderen echt zouden helpen. De proefpersonen die hadden nagedacht over een situatie waar ze geen controle over hadden, kozen wederom vaker voor vrijwilligerswerk waarmee ze echt een verschil konden maken. Voor de onderzoekers het bewijs dat ze wilden investeren in karma.

In het echt
De eerste twee experimenten vonden in een lab en dus niet in de ‘echte wereld’ plaats. De onderzoekers waren echter wel nieuwsgierig of ze dezelfde resultaten ook in het ‘echte leven’ zouden tegenkomen. En dus volgde een derde experiment. Ze verzamelden een aantal werklozen die hard op zoek waren naar een andere baan en lieten ze nadenken over onzekere factoren. Bijvoorbeeld: zou er in hun vakgebied nog wel een keer een baan vrijkomen? Een tweede groep dacht na over factoren die wat zekerder waren. Bijvoorbeeld: iets leren over het vakgebied en zo hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. De mensen die nadachten over onzekere factoren waren veel sterker geneigd om geld aan een goed doel te geven.

Zouden mensen dan echt denken dat ze hun kansen door goede daden vergroten? Ja, zo blijkt uit een vierde experiment. Mensen die een goede daad hadden gedaan, waren veel optimistischer over hun kansen op een baan dan mensen die geen goede daad deden. “Zelfs als mensen niet echt in karma geloven, hebben ze nog steeds het intuïtieve gevoel dat goede mensen goede dingen overkomen.”