Onze voorouders hadden niet incidenteel seks met andere soorten. Nee, ze wisselden voortdurend genen uit met andere mensachtigen.

Vanaf het moment dat onze voorouders uit Afrika kwamen zetten, hebben we een redelijk goed beeld van wat er allemaal gebeurde. Onze voorouders verspreidden zich, stuitten zo af en toe op een Neanderthaler of Homo denisova en hadden daar seks mee. Dat is niets om ons voor te schamen: het leidde er uiteindelijk toe dat we alle goede eigenschappen van de verschillende mensachtigen combineerden en als enige mensensoort overbleven.

Daarvoor
Maar wat gebeurde er voordat we uit Afrika vertrokken? Dat was lang een mysterie. Maar nu denken wetenschappers het dan te weten. Ook voordat we uit Afrika vertrokken, wisselden we genen uit met andere soorten. “Het lijkt erop dat mensachtigen uit onze lijn altijd genen uitwisselden met buren die er iets anders uitzagen dan wijzelf,” concludeert onderzoeker Michael Hammer.

WIST U DAT…

…een tijdje geleden de slaapkamer van een Neanderthaler is ontdekt?

Studie
De onderzoekers baseren die conclusie op een studie naar het DNA van de moderne mens. Ze gingen op zoek naar sporen die erop wezen dat de voorouders van deze moderne mensen ooit genen hadden uitgewisseld met andere soorten. Ze ontdekten dat zo’n twee procent van het hedendaagse Afrikaanse DNA afkomstig is van onbekende soorten waar de voorouders van de mens nog voordat deze Afrika verlieten seks mee hadden.

Verdwenen
Twee procent lijkt weinig. Maar we moeten er rekening mee houden dat veel genen die we aan de kruising overhielden al weer verdwenen zijn, omdat ze geen functie hadden of omdat er betere waren. Onze voorouders verlieten zo’n 65.000 jaar geleden Afrika. Dat betekent dat de periode waarin ze genen uitwisselden met onbekende andere mensachtigen al zeker tientallen duizenden jaren achter de rug is.

Heel gewoon
“Wij denken dat er waarschijnlijk duizenden keren kruisingen plaatsvonden,” stelt Hammer. “Het gebeurde op relatief grote schaal en regelmatig. Anatomisch moderne mensen waren niet zo uniek dat ze zich afzijdig hielden. Ze wisselden hun genen altijd al uit met andere buren. Dat is heel gewoon in de natuur.”

Het onderzoek is verschenen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.