ouderen

Vijfentwintig procent van de mensen met een geringe cognitieve stoornis – een voorloper van dementie – ziet zijn cognitie vanzelf weer opkrabbelen naar het oude niveau. Dat blijkt uit een nieuw en verrassend onderzoek.

De resultaten zijn opmerkelijk: vaak wordt gedacht dat het zodra een geringe cognitieve stoornis inzet, alleen maar bergafwaarts kan gaan. Maar dat is klaarblijkelijk niet het geval. Sommige mensen herstellen zich weer.

Onderzoek
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze 223 mensen onderzochten. De proefpersonen waren tussen de 71 en 89 jaar oud en hadden allemaal te maken met een geringe cognitieve stoornis. De onderzoekers bestudeerden de hersenfuncties, waaronder het geheugen, van deze mensen. Na twee jaar werd er een vervolgonderzoek georganiseerd. Twee jaar later bleken 66 mensen die eerder aan een geringe cognitieve stoornis leden en bij wie de hersenen deus moeite hadden om informatie te verwerken, weer een normale cognitie te hebben.

Ruiken en zien

Een andere opvallende conclusie uit dit onderzoek is dat mensen die er na de cognitieve achteruitgang weer bovenop kwamen, beter konden ruiken en zien. “Wanner we ouder worden, neemt onze reukvaardigheid af. Bij mensen met dementie of Parkinson neemt dat nog sneller af. Het is een aanwijzing voor veranderingen in het brein,” legt Sachdev uit.

Voorspellen
Het onderzoek wijst er ook op dat het niet altijd gemakkelijk is om te voorspellen welke ouderen weer herstellen en bij welke het daadwerkelijk bergafwaarts gaat. Maar er zijn wel enkele indicatoren die ons een idee kunnen geven, zo vertelt onderzoeker Perminder Sachdev. Proefpersonen die er weer bovenop kwamen, waren over het algemeen zowel mentaal als fysiek actiever. “Het lijkt erop dat zowel verrijkende mentale activiteiten en fysieke inspanning belangrijke factoren zijn.” Ook waren de proefpersonen die ‘herstelden’ veerkrachtiger en stonden ze vaker open voor nieuwe ervaringen. Dat wijst erop dat ook flexibiliteit belangrijk is.

Het onderzoek lijkt hoop te bieden aan mensen die aan een geringe cognitieve stoornis lijden: ze kunnen er wellicht weer bovenop komen. Maar Sachdev waarschuwt dat dat niet wil zeggen dat ze nooit meer met cognitieve achteruitgang te maken krijgen. “Sommige mensen zullen uiteindelijk toch nog met dementie te maken krijgen. Het gaat erom hoe lang ze dat op afstand kunnen houden. En daarom is het ook zo belangrijk dat mensen weten dat ze de kwaliteit van hun leven kunnen verbeteren door te bewegen en goed voor hun gezondheid te zorgen.”