Mensen lijken veel groter en sterker als ze een pistool in de hand en de vinger om de trekker hebben, zo blijkt.

Dat schrijven onderzoekers van de University of California, Los Angeles in het blad PLoS ONE. Ze baseren hun conclusies op experimenten.

Gereedschap
De onderzoekers lieten 628 proefpersonen foto’s van de handen van mensen zien. Op basis van die handen moesten de proefpersonen aangeven hoe groot en gespierd mannen waren. Op de foto’s hadden de mannen verschillende objecten vast. Bijvoorbeeld een pistool, een kitpistool of een grote zaag. De handen hadden verder geen bijzondere kenmerken (geen tatoeages of littekens) en de handen waren elk meerdere malen gefotografeerd, soms met een pistool in de hand, soms met een gereedschap in de hand.

Lang en gespierd
Daarnaast werd de proefpersonen ook gevraagd om de hoogte van elke hand te schatten (wederom op basis van de foto). Ook kregen ze zes foto’s van lange mannen en zes foto’s van gespierde mannen te zien. Ze moesten aangeven bij welke man de hand het beste paste. De proefpersonen bleken een hand met een pistool opvallend vaak te linken aan een lange en sterkere man. De proefpersonen linkten een hand met daarin een pistool aan een man die gemiddeld zeventien procent groter was dan de man die gelinkt werd aan een hand met een zaag of kitpistool.

WIST U DAT…

…angst voor een spin er ook voor zorgt dat de spin groter lijkt? En wist u dat een pistool onze hele perceptie kan veranderen?

Verklaring
Hoe kan dat? Misschien omdat een pistool geassocieerd wordt met mannelijkheid? Dat is niet het geval, zo stellen de onderzoekers. De andere handen hielden namelijk ook typisch mannelijke objecten vast: gereedschappen als een kitpistool en zaag. Maar hoe zit het dan? Misschien kwam het doordat pistolen in films altijd worden gedragen door sterke, lange machomannen? De onderzoekers onderzochten ook die mogelijkheid. Ze lieten 100 proefpersonen foto’s van drie objecten zien (die niet door handen werden vastgehouden), namelijk een keukenmes, een penseel en een waterpistool. Vervolgens moesten de proefpersonen aangeven bij wie ze de objecten vonden passen: een man, vrouw of een kind. Het mes werd geassocieerd met vrouwen, het penseel met een man en het waterpistool met kinderen. Tijd voor nog een experiment: de onderzoekers lieten 541 proefpersonen opnieuw foto’s van mannelijke handen zien. Die handen hadden een mes, een penseel of een waterpistool vast. Weer moesten de proefpersonen schatten hoe groot en sterk de man die bij de hand hoorde, zou zijn. En weer werden handen die het meest dodelijke wapen vasthadden – het keukenmes – toegeschreven aan de sterkste en grootste mannen. Blijkbaar heeft het beeld dat films scheppen – een man met een pistool is sterk en groot – geen invloed op de resultaten. “Het is niet het pistool van Dirty Harry of Rambo, het is gewoon een keukenmes,” stelt onderzoeker Colin Holbrook. “Maar het is nog steeds dodelijk.”

Het onderzoek wijst er dan ook op dat ons brein zodra we een gevaar zien, dat gevaar direct groter maakt. Het is een mechanisme dat moet voorkomen dat we onze tegenstander onderschatten en uiteindelijk het onderspit delven. “Hoewel dit heel efficiënt is, kan het ons ook misleiden.”