Mensapen hebben het door wanneer jouw overtuiging niet strookt met de werkelijkheid en corrigeren je graag.

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek, verschenen in het blad PLoS ONE. Tijdens het onderzoek experimenteerden wetenschappers met chimpansees, orang-oetans en bonobo’s.

Experiment
De onderzoekers leerden mensapen om een blauw en geel doosje open te maken. Vervolgens kon het experiment beginnen. De mensapen keken toe hoe onderzoeker A een object in het gele doosje stopte. Vervolgens konden er twee dingen gebeuren: onderzoeker A verliet de ruimte en kwam terug met onderzoeker B. Vervolgens keek onderzoeker A toe hoe onderzoeker B het object uit het gele doosje haalde en in het blauwe doosje stopte. In dit scenario wist onderzoeker A dus de locatie van het object. Maar het kon ook anders gaan: onderzoeker A verliet de ruimte, waarna onderzoeker B alleen de ruimte binnenging en het object ‘stiekem’ uit het gele doosje haalde en in het blauwe doosje stopte. In dit scenario klopte de overtuiging van onderzoeker A – ‘het object zit in het gele doosje’ – dus niet meer.

De opzet van het experiment. Afbeelding: Buttelmann D, Buttelmann F, Carpenter M, Call J, Tomasello M (2017) Great apes distinguish true from false beliefs in an interactive helping task. PLoS ONE 12(4): e0173793. doi:10.1371/journal.pone.0173793.

De resultaten
Na beide scenario’s zagen de mensapen hoe onderzoeker A de ruimte binnenkwam en probeerde om het doosje waarin het object oorspronkelijk gestopt was, te openen. In beide scenario’s was dat doosje leeg. Maar één ding verschilde: in het ene scenario wist de onderzoeker dat het doosje leeg was (hij had gezien hoe onderzoeker B het object eruit haalde) en in het andere scenario was hij ervan overtuigd dat het object er nog in zat (hij had niet gezien dat onderzoeker B het eruit had gehaald). Hoe de onderzoeker ook worstelde, het lukte hem zogenaamd niet om het doosje te openen. Grote vraag was nu of de apen – die het doosje ook konden openen – te hulp zouden schieten. De apen bleken hulpvaardig. Maar welk doosje ze openden, bleek sterk af te hangen van de overtuiging van de onderzoeker. Wanneer de onderzoeker er onterecht van overtuigd was dat het object in het gele doosje zat, kozen de apen er – ondanks dat de onderzoeker worstelde met het gele doosje – in meer dan 75 procent van de gevallen voor om het blauwe doosje te openen. Wanneer de onderzoeker wist dat het object in het blauwe doosje zat, maar aan het gele doosje zat te trekken, kozen de apen er in ongeveer 50 procent van de gevallen voor dat gele doosje te openen.

WIST JE DAT…

Nog een onderzoek
De mensapen lijken dus onderscheid te kunnen maken tussen een goede en foute overtuiging van anderen. En lijken – als iemand er een foute overtuiging op nahoudt – sterker geneigd te zijn om te helpen. Maar waren de mensapen zich wel echt bewust van die foute overtuiging van de ander? Of gingen ze er gewoon vanuit dat de mens niet wist waar het object was (dat is toch net een beetje anders dan denken dat iemand er een verkeerde overtuiging op nahoudt als het gaat om de locatie van het object)? Om dat uit te zoeken, zetten de onderzoekers een tweede experiment op. De opzet van het experiment was vergelijkbaar met het eerste experiment. Opnieuw was onderzoeker A er soms getuige van dat onderzoeker B het object in een ander doosje stopte dan hijzelf eerder had gedaan. En dan was er ook nog een tweede scenario: het ‘onwetende’ scenario. Hierbij stopte onderzoeker B het object in een doosje terwijl onderzoeker A daar niet bij was. In het eerste scenario was onderzoeker A op het verkeerde been gezet (hij had een verkeerde overtuiging). In het tweede scenario was hij onwetend. Het experiment leverde vergelijkbare resultaten op als het eerste testje. Opnieuw bleken de apen de onderzoeker vaker te helpen om het doosje waarin het object zat te openen wanneer hij er een verkeerde overtuiging op nahield.

“Dit onderzoek laat voor het eerst zien dat mensapen (chimpansees, bonobo’s en orangoetans) een begrip van verkeerde overtuigingen kunnen gebruiken om anderen op de juiste manier te helpen,” stelt onderzoeker David Buttelmann. Het is een verrassende conclusie. Onderzoekers dachten namelijk altijd dat begrijpen dat iemand anders er een verkeerde overtuiging op nahoudt een typisch menselijke eigenschap was.