Wetenschappers zijn erin geslaagd om menselijke embryonale stamcellen te creëren door een vorm van klonen te gebruiken.

De onderzoekers haalden eerst genetisch materiaal uit de huid van een volwassen mens. Vervolgens werd dit in een menselijke eicel gestopt. De kern van de eicel werd verwijderd.

Dolly
Deze vorm van klonen werd wereldberoemd toen op deze wijze in 1997 het gekloonde schaap Dolly ter wereld kwam. Maar de methode die gebruikt werd om Dolly te ‘maken’, werkte niet bij het creëren van menselijke stamcellen, zo ontdekten de onderzoekers tijdens experimenten. Nadat de kern van de eicel verwijderd werd, vond er wel deling plaats, maar deze stopte abrupt, nog voordat er een prille embryo ontstond.

Klonen

Klonen: waar gaat dat heen? Lees er hier alles over.

Kern
En dus gooiden de onderzoekers het over een andere boeg. Ze lieten de kern van de eicel op zijn plaats zitten. En dat werkte wel: de eicel ontwikkelde zich en groeide uit tot een prille embryo waar normaal gesproken embryonale stamcellen uitgehaald worden, zo is in het blad Nature te lezen.

Over embryonale stamcellen

Wetenschappers kunnen embryonale stamcellen uit laten groeien tot allerlei soorten cellen. De embryonale stamcellen bieden dan ook grote mogelijkheden voor het aanpakken van tal van ziekten. Maar het gebruik van embryonale stamcellen is omstreden: er moet namelijk een embryo voor worden vernietigd.

Afstoting
Maar: laten we niet te vroeg juichen. De stamcellen bevatten namelijk zowel chromosomen van de volwassene die genetisch materiaal doneerde en de eicellen zelf. En dat is niet de bedoeling. De uitdaging is juist om embryonale stamcellen te ontwikkelen die voor 100 procent uit lichaamseigen materiaal bestaan. Stamcellen kunnen namelijk uitgroeien tot vrijwel elk ander type cel en kunnen gebruikt worden om kapotte cellen te vervangen. U kunt het een beetje vergelijken met orgaandonatie waarbij een kapot orgaan wordt vervangen door een goed orgaan. Maar net als bij orgaandonatie bestaat de kans op afstoting. Daarom is het belangrijk dat de stamcellen voor honderd procent uit lichaamseigen weefsel bestaan. Zo kan afstoting namelijk voorkomen worden.

Toch mag er wel gesproken worden van een doorbraak. “De cellen die wij gemaakt hebben, zijn nog niet geschikt voor gebruik,” erkent onderzoeker Dieter Egli. “Hoewel deze aanpak op zichzelf geen oplossing vormt, kunnen we er wel beter door begrijpen waar het probleem zit,” stelt expert Mary Herbert.