Soorten die al duizenden jaren met elkaar samenwoonden, stopten daar 6000 jaar geleden abrupt mee. En dat is allemaal onze schuld. Nou ja, de schuld van onze voorouders.

Wetenschappers bestudeerden fossiele resten uit de afgelopen 307 miljoen jaar. Op basis van die fossiele resten stelden ze vast hoe vaak bepaalde planten- of dierensoorten in dezelfde gemeenschap voorkwamen.

In hetzelfde leefgebied
Sommige dieren en planten komen we regelmatig in hetzelfde leefgebied tegen. Bijvoorbeeld omdat ze allebei het best gedijen in dat soort habitat. Of omdat ze de interactie met elkaar aangaan om hun overlevingskansen te vergroten. Maar er zijn ook dieren- en plantensoorten die je niet zo snel in dezelfde gemeenschap aan zal treffen. Bijvoorbeeld omdat ze elk een ander type leefgebied prefereren of omdat de één de ander op het menu heeft staan. Als dieren vaker dan men op basis van toeval zou verwachten in een zelfde gemeenschap worden aangetroffen, is sprake van het eerste scenario. Als dieren vaker dan men op basis van toeval zou verwachten in verschillende gemeenschappen worden aangetroffen, is sprake van het tweede scenario.

6000 jaar geleden
Wat onderzoekers nu ontdekt hebben, is dat het eerst beschreven scenario – waarin specifieke soorten vaker dan men op basis van toeval zou verwachten in hetzelfde leefgebied worden teruggevonden – het dominante scenario was. Tot zo’n 6000 jaar geleden. Toen werden de kansen dat specifieke soorten samen deel uitmaakten van een gemeenschap aanzienlijk kleiner, het suggereert dat iets de soorten die anders samenleefden ervan weerhield om elkaar op te zoeken.

“Dit vertelt ons dat mensen al heel lang een enorm effect hebben op de natuur”

Maar wat dan?
De onderzoekers wijzen erop dat de menselijke populaties rond 6000 jaar geleden enorm sterk groeiden. Bovendien veroverde de landbouw de wereld. De resultaten suggereren dan ook dat de mensen met de jacht en landbouw de natuur blijvend veranderden. “Dit vertelt ons dat mensen al heel lang een enorm effect hebben op de natuur,” vertelt onderzoeker S. Kathleen Lyons.

Ongeveer 6000 jaar geleden werden mensen steeds afhankelijker van de landbouw. Om gewassen te kunnen verbouwen, moesten ze hun leefgebied ingrijpend veranderen. Waarschijnlijk wierpen ze daarbij ook kunstmatige barrières op die de verspreiding van bepaalde soorten dwarsboomde. Het resultaat: de soorten konden elkaar niet meer opzoeken en na jarenlang samenwonen, scheidden hun wegen zich noodgedwongen.