Maffioso en dictators lijken er jarenlang prima mee uit de voeten te kunnen: angst. Toch blijkt angst als pressiemiddel om mensen in het gareel te krijgen, niet de beste manier.

Associate professor dr. Lotte van Dillen van de Universiteit Leiden is sociaal en cognitief psycholoog en doet onderzoek in affectieve neurowetenschappen. Ze is gespecialiseerd in het beslisgedrag van mensen en welke rol angst hierbij speelt. “Om te beginnen is acute angst bij dieren (inclusief mensen) heel nuttig. Ze handelen dan naar een dreiging en kunnen op tijd weg vluchten bijvoorbeeld. Bij mensen kan dat echter ook anders. Mensen kunnen hun repertoire uitbreiden, er analyses en hypotheses op loslaten en nog veel meer doen met hun angst dan er alleen maar gehoor aan geven. We zien daarom dat angst het werkzaamst is op de korte termijn, bij acute dreiging en als er sprake is van controle over de dreiging of de angst door middel van het eigen gedrag.”

Rokers negeren enge plaatjes
Van Dillen verwijst onder meer naar een onderzoek waarbij wetenschappers gebruik maakten van de angstaanjagende afbeeldingen op tabakswaren. “Er werden hersenscans gemaakt van mensen die naar de foto’s moesten kijken. Ook de oogbewegingen werden gevolgd. Daaruit bleek dat de aandacht van rokers in eerste instantie wel meteen getrokken werd door de afbeeldingen, maar dat deze aandacht na die eerste seconden bij rokers juist afnam en dat rokers eerder weer de aandacht afwendden dan niet-rokers. Rokers vermeden het aanzicht van de afbeeldingen en probeerden weg te kijken. De angst die gebruikt wordt om mensen tot actie aan te sporen, namelijk de ‘straf’ die uit dreigende gezondheidsproblemen bestaat, als je rookt, werkt daar dus in ieder geval niet zo goed als de bedoeling was. Mensen negeren de angst en daarmee de ‘straf’ of het ‘probleem’.”


Verzet tegen angst als pressiemiddel
Of angst het gedrag van een mens beïnvloedt, hangt volgens haar dan ook af van verschillende factoren. “Ten eerste is daar het idee van beïnvloed worden. Mensen hebben de neiging zich daartegen te verzetten. Dat is bij het concept van de afbeeldingen op tabakswaren natuurlijk duidelijk aanwezig. Doordat die intentie zo duidelijk is, roept het gevoelens van verzet tegen die intentie op. Ook is het van belang of je als bangerik het gevoel hebt of je iets kan doen tegen de dreiging. Als dat naar jouw idee niet mogelijk is of te moeilijk is, leg je je maar neer bij de dreiging. In dat geval ontbreekt dus het gevoel van controle over het eigen handelen om de angst teniet te doen. Dat is ook het geval bij de rokers die menen dat het te moeilijk of helemaal niet mogelijk is om te stoppen. Zich erbij neerleggen en de dreiging accepteren, is dan een logische reactie.”

Controle over eigen handelen belangrijk
Het gevoel hebben dat je iets kunt doen aan de dreiging en om het gevaar af te wenden is een belangrijk component, willen mensen de neiging hebben om te handelen naar angst. “Als je deel uitmaakt van een groep, is het gevoel dat je als individu iets kan doen aan je angst al minder. Het ligt niet alleen bij jou, jij kan niet zoveel doen. Dan ben je minder genegen om je onder druk van angst te laten sturen. Dat zien we anekdotisch ook in het verschil hoe mensen de eerste virusgolf en de tweede virusgolf ervaarden. De eerste keer wisten we veel minder en kon er makkelijker een beroep op ons worden gedaan om ons aan de regels te houden. Dat deden de meeste mensen. Nu is het anders. Er is veel meer informatie in omloop en mensen zijn er niet eenduidig meer van overtuigd dat als ze zich aan de regels houden, het dan wel goed komt. En daarmee vermindert ook de werking van angst op de rest van de groep. ‘Het maakt niet uit hoe ik me gedraag, want alleen ik kan er toch niet zoveel aan verhelpen’, wordt dan de gedachtengang,” aldus Van Dillen.

“Angst is niet per se een slechte raadgever”

Schuld & schaamte: familie van angst?
Ze geeft aan dat er dan ook een duidelijke overlap zit in de emoties: angst, schuld en schaamte. “In het geval van schuld ben je bang verantwoordelijk te worden gehouden voor iets en vrees je afwijzing, in het geval van schaamte ben je bang dat je iets fout hebt gedaan en dat je een slecht persoon bent. Ook schuld en schaamte zullen afnemen als je het gevoel hebt dat je er weinig controle over had en als de dreiging van afwijzing of het fout doen, niet prominent is.”


Hebben we dan totaal maling aan angst? Zeer zeker niet, meent de onderzoeker. Als mensen denken dat ze controle hebben over de dreiging door hun gedrag aan te passen én als er sprake is van een duidelijke dreiging voor je veiligheid en welzijn, zijn mensen het meest genegen hun gedrag aan te passen, bijvoorbeeld als mensen collectief in actie komen bij een overstroming. Maar niet altijd neemt de aanpassing de dreiging ook werkelijk weg en staan mensen voor de keuze óf zich aan te passen, te handelen dus óf weg te vluchten. “Trieste voorbeelden zijn natuurlijk mensen in onveilige familiesituaties. Doordat de dreiging zeer nabij en duidelijk aanwezig is, passen mensen hun gedrag aan in de hoop dat de dreiging afneemt, in plaats van aan de situatie te ontsnappen. Dat aanpassen lukt niet, is niet effectief en ze worden de dreiging nooit de baas. In zulke gevallen kunnen angstsituaties jarenlang duren.”

Van Dillen wijst dan ook op de gevaren van voortdurende angst. “De angst voor het een, kan de angst voor het ander versterken. Mensen die bijvoorbeeld al leden onder sociale angsten vóór de crisis, zullen nu misschien ook banger voor besmetting zijn dan andere mensen. Angst is niet per se een slechte raadgever, het kan samen met schuld en schaamte ons helpen in het maken van goede beslissingen en dreigingen af te wenden. Maar als ons dat maar niet lukt en de angstsituatie duurt voort, kunnen we er wel degelijk psychisch en lichamelijk onder lijden,” besluit Van Dillen.