Dat suggereert een analyse van gecremeerde resten die nabij het wereldberoemde bouwwerk zijn teruggevonden.

Er is al ontzettend veel onderzoek gedaan naar Stonehenge. En vaak draaide dat onderzoek om de vragen: hoe is dit machtige bouwwerk verrezen? En waarom? Veel minder aandacht is besteed aan de vraag: wie bouwde Stonehenge? Dat die onderzoeksvraag wat onderbelicht is gebleven, is goed te verklaren. Er zijn in het verleden wel menselijke resten nabij Stonehenge teruggevonden, maar deze zijn allemaal gecremeerd en dat maakte analyse ervan heel lastig. Tot nu. “De recente ontdekking dat een deel van de biologische informatie de hoge temperaturen die tijdens een crematie (tot wel 1000 graden Celsius) worden bereikt, overleeft, biedt ons de opwindende mogelijkheid om eindelijk de oorsprong van de mensen die bij Stonehenge begraven werden, te bestuderen,” vertelt onderzoeker Christophe Snoeck.

Een schematische weergave van Stonehenge 1. De Aubrey Holes zijn weergegeven als witte stippen. Afbeelding: Adamsan / Resk (via Wikimedia Commons).

Menselijke resten bij Stonehenge
Al in de jaren twintig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers dat er gecremeerde resten nabij Stonehenge begraven lagen. De resten werden aangetroffen in de zogenoemde Aubrey holes: 56 kuilen die samen de binnenste cirkel vormen van het zogenoemde Stonehenge 1 (hiermee wordt verwezen naar de eerste fase van het monument, dat stamt uit de periode rond 3100 voor Christus ). De opgegraven resten werden niet in een museum geplaatst, maar opnieuw begraven en de plek waar zij ter ruste werden gelegd, werd duidelijk omschreven.

Wales
En onderzoekers hebben die resten nu dus opnieuw opgegraven en geanalyseerd. Ze bestudeerden de gecremeerde resten van zo’n 25 individuen die rond 3000 voor Christus – toen Stonehenge voornamelijk als begraafplaats dienst deed – werden begraven. Zeker 10 van de 25 individuen bleken in de jaren voorafgaand aan hun dood niet nabij Stonehenge te hebben geleefd. In plaats daarvan waren ze woonachtig in het westelijke deel van Groot-Brittannië, een gebied waartoe ook West-Wales gerekend kan worden. Hoewel de onderzoekers niet met zekerheid kunnen zeggen dat de mensen ook daadwerkelijk uit Wales kwamen, lijkt dat wel aannemelijk. De wetenschappers wijzen er namelijk op dat de zogenoemde ‘bluestones’ – een verzamelnaam voor alle Stonehenge-stenen die ergens anders vandaan komen – uit West-Wales, of nauwkeuriger gezegd: de Preseli-heuvels komen. Het suggereert volgens onderzoeker John Pouncett dat “mensen uit de Preseli-heuvels niet alleen de ‘bluestones’ leverden die gebruikt werden om de stenen cirkel te maken, maar (…) ook daar (bij Stonehenge, red.) begraven werden.”

Opgravingen in Aubrey Hole 7. Afbeelding: Adam Stanford, Aerial-Cam Ltd.

De onderzoekers baseren hun conclusie op de verhouding tussen strontium-isotopen. Die kan namelijk verraden waar mensen gedurende de laatste tien jaar van hun leven hebben gewoond. “Sommige menselijke resten vertoonden strontiumisotoop-signalen die wijzen naar West-Wales, de bron van de bluestones die nu gezien worden als de stenen die de eerste monumentale fase van het gebied markeerden,” aldus onderzoeker Rick Schulting.

Het idee dat mensen afkomstig uit West-Wales bij Stonehenge begraven werden, wordt verder onderschreven door onderzoek naar de wijze waarop de mensen gecremeerd zijn. De mensen die niet afkomstig waren uit de omgeving van Stonehenge lijken te zijn gecremeerd met behulp van hout dat in dichte bossen – zoals we die in West-Wales vinden – groeide. Het zou kunnen betekenen dat mensen afkomstig uit West-Wales in hun oorspronkelijke leefgebied gecremeerd werden, waarna de resten naar Stonehenge werden gebracht om daar begraven te worden.