Experimenten tonen aan dat mensen met arachnofobie de omvang van een spin sterk overschatten.

Wetenschappers verzamelden een aantal studenten en lieten ze een vragenlijst invullen. Uit die vragenlijst bleek hoe bang de proefpersonen voor spinnen waren. Nadat de proefpersonen de lijst hadden ingevuld, werden ze in twee groepen ingedeeld. Een groep met mensen die bang waren voor spinnen en een groep met mensen die niet bang waren voor spinnen. Beide groepen kregen afbeeldingen van verschillende organismen te zien (spinnen, vogels en vlinders) en moesten aangeven hoe prettig ze het vonden om naar die foto’s te kijken. Ook moesten ze inschatten hoe groot de organismen waren.

Onprettig
Zowel de proefpersonen die bang waren voor spinnen als de proefpersonen die niet bang waren voor spinnen vonden de foto’s van vlinders prettiger om naar te kijken dan de foto’s van spinnen. Maar alleen de proefpersonen die bang waren voor spinnen overschatten de omvang van spinnen. Zij hadden overigens geen moeite met het inschatten van de grootte van de andere organismen.

Vervolgexperimenten
Vervolgexperimenten toonden aan dat het inschatten van de omvang van organismen door twee factoren beïnvloed werd. De mate waarin iemand bang was voor het organisme. En de mate waarin iemand het prettig vond om naar het organisme te kijken.

Dit onderzoek onthult hoe de perceptie van een basaal kenmerk zoals omvang beïnvloed wordt door emotie en laat zien hoe elk van ons de wereld op een unieke en andere manier ziet,” vertelt onderzoeker Tali Leibovich. Het onderzoek – dat eerdere onderzoeken onderschrijft – roept verder ook interessante vragen op. Bijvoorbeeld: zorgt de angst ervoor dat mensen een spin groter inschatten dan deze is? Of zorgt het groter inschatten van de spin ervoor dat mensen er angstig voor zijn? Een antwoord op die vragen is belangrijk voor het ontwikkelen van nieuwe, effectieve therapieën voor mensen met een fobie.