Wij mensen pompen minder stikstof in de oceanen dan veel atmosferische modellen voorspellen. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van de Brown universiteit. Het paper is online gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Stikstof is het meestvoorkomende gas in de atmosfeer. Het stimuleert de groei van planten en is een voedingsbron voor micro-organismen. Toch zorgt een overschot aan stikstof in oceanen voor een wildgroei van algen en andere waterplanten, waardoor ecosystemen worden verstoord en vissen sterven.

Er is ook een pluspunt. Stikstof in oceanen stimuleert de groei van fytoplankton en andere fotosynthetische organismen. Zo wordt koolstofdioxide geconsumeerd en neemt biologische activiteit in oceanen toe.

Mensen produceren veel stikstof door fossiele brandstoffen te verbranden. Deze stikstof komt in de atmosfeer terecht en uiteindelijk ook in de oceanen. Volgens sommige atmosferische modellen is 80 procent van al het opgeslagen stikstof in oceanen te terug te herleiden naar menselijke activtiteit. Dit zou betekenen dat mensen de oceanen flink vervuilen.

Nu blijkt dat 80% overdreven is. Onderzoeker Meredith Hastings en haar collega’s analyseerden de concentratie en samenstelling van organische stikstof in lucht- en regenwaterdeeltjes op Bermuda. Hastings beweert dat de hoeveelheid stikstof in de atmosfeer wordt bepaald door biologische activiteit in het water. Als de biologische activiteit toeneemt, neemt ook de concentratie organische stikstof in de atmosfeer toe.

Hastings concludeert dat ongeveer 27% van alle stikstof in oceanen menselijke vervuiling is. Veel minder dus dan 80%. “De modellen zijn nu dus niet goed”, beweert Hastings. “We begrijpen nog niet precies hoe alles werkt en dat is iets om nader te onderzoeken.”