Mensen werken dertig procent harder tegen mindere rivalen. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van de Cornell universiteit. Het vooruitzicht om te verliezen van iemand onder hun positie, zorgt ervoor dat mensen net iets harder willen werken. Zo worden toekomstige, potentiële bedreigingen voorkomen.

“Een van de belangrijkste vergelijkingsmiddelen tussen groepen is status, en prestatie kan deze status beïnvloeden”, vertelt Cornell-student Nathan Pettit, die samen met co-auteur Robert Lount van de Ohio State University een onderzoek uitvoerde. “We vroegen ons af onder welke omstandigheden mensen bereid zijn om harder of minder hard te werken.”

Studenten van Cornell waren proefpersonen. Ze moesten een opdracht uitvoeren en de uitslag zou vergeleken worden met de uitslagen van studenten van andere universiteiten. In werkelijkheid was er geen competitie. “We probeerden de deelnemers te laten geloven dat hun prestatie vergeleken zou worden met een student van een ander instituut”, vertelt Pettit.

De onderzoekers hadden verwacht dat de studenten harder zouden werken als ze moesten opboksen tegen een groep met een hogere status. Het omgekeerde bleek waar: de studenten werkten harder tegen groepen met een lagere status. “Eigenlijk is het logisch”, analyseert Pettit. “Als je verliest van een betere groep, dan is de prijs die je betaalt niet hoog. Als je verliest van een slechte groep, is dit wel zo.”