Nieuw onderzoek suggereert dat mensenoffers de bobo’s van de oude wereld hielpen om aan de macht te blijven en de sociale ongelijkheid te handhaven.

Wetenschappers trekken die conclusie nadat ze zich over gegevens van 93 Austronesische culturen (zie kader) bogen. In 40 van die culturen kwamen mensenoffers voor. De wijze waarop mensen in die culturen geofferd werden, liepen sterk uiteen. Sommige slachtoffers werden gewurgd, anderen in stukken gesneden, onthoofd of van een dak geduwd.

Austronesische culturen
Aangenomen wordt dat de Austronesische culturen hun oorsprong vinden in Taiwan en zich vandaar naar het zuiden begaven (richting de eilanden in de Stille Oceaan en Nieuw-Zeeland, naar het westen (Madagaskar) en het oosten (Paaseiland).

Slaven
Ook de redenen om een mens te offeren liepen uiteen. Soms werd een mens geofferd omdat een leider overleden was, of omdat een nieuwe boot ingewijd moest worden of om iemand te straffen voor het breken met tradities. De slachtoffers waren eigenlijk altijd mensen met een lage sociale status – denk aan slaven – terwijl degenen die het offer brachten een hoge status hadden – denk aan leiders of priesters.

Drie groepen
De onderzoekers verdeelden de 93 Austronesische culturen in drie groepen, afhankelijk van de sociale stratificatie in die cultuur. Sociale stratificatie is het indelen van groepen mensen in maatschappelijke lagen, waarbij de verschillende maatschappelijke lagen niet aan elkaar gelijk zijn. In feite werden de verschillende culturen dus ingedeeld in groepen op basis van hun sociale ongelijkheid: er was een groep met culturen waarin de sociale ongelijkheid groot was, een groep met culturen waarin de sociale ongelijkheid wat kleiner was en een groep met culturen waarin de sociale ongelijkheid het kleinst was. Vervolgens keken de onderzoekers of in de verschillende culturen aan mensenoffers werd gedaan.

“Ons onderzoek laat zien dat religieuze rituelen ook een sinistere rol spelen in de evolutie van moderne gemeenschappen”

De percentages
Uit het onderzoek blijkt dat de kans dat een cultuur aan mensenoffers deed het grootst was als de sociale ongelijkheid in die cultuur sterk was. Maar liefst 67 procent van de culturen met een grote sociale ongelijkheid deed aan mensenoffers. In de tweede groep – waarin de sociale ongelijkheid minder groot was – was dat 37 procent. In de groep waarin de sociale ongelijkheid het kleinst was, was dat 25 procent.

De drijvende kracht
Het wijst er volgens de onderzoekers op dat er een verband is tussen mensenoffers en sociale ongelijkheid. Sterker nog: computersimulaties wijzen erop dat mensenoffers de drijvende kracht achter sociale ongelijkheid in deze culturen waren. “Religie wordt traditioneel gezien als een belangrijke drijvende kracht achter moreel gedrag en samenwerking, maar ons onderzoek laat zien dat religieuze rituelen ook een sinistere rol spelen in de evolutie van moderne gemeenschappen,” vertelt onderzoeker Joseph Watts.

De mensenoffers hielpen leiders om de lagere sociale klassen onder bedwang te houden. Dat juist mensenoffers op dat gebied zo effectief zijn, komt volgens de onderzoekers doordat ze gezien werden als een opdracht van de goden. “Priesters en leiders werden vaak gezien als afgevaardigden van de goden en rituele mensenoffers waren de ultieme demonstratie van hun macht,” vertelt onderzoeker Russell Gray.