Tot die conclusie komen onderzoekers nadat ze 13.300 meren over een periode van 14 jaar bestudeerden.

De onderzoekers bestudeerden meren in Alaska, het Noordoost-Siberië, Centraal-Siberië, Noordoost-Canada en Noord-Europa (het bovenste deel van Scandinavië). Ze gebruikten daarvoor satellietbeelden. In totaal bestudeerden ze zo 13.300 meren over een periode van 14 jaar (2000 tot en met 2013).

Centraal-Siberië
Gedurende de winter zijn deze meren bedekt met ijs. Maar wanneer het voorjaar zich aandient en de temperaturen stijgen, zet de dooi in en wordt het ijs op de meren opgebroken. Het onderzoek toont nu aan dat die dooi eigenlijk elk jaar ietsje eerder inzet. Dat geldt met name voor Centraal-Siberië waar het ijs gemiddeld elk jaar 1,4 dagen eerder op wordt gebroken dan het jaar daarvoor. Over een periode van veertien jaar zagen de onderzoekers in het noorden van Europa het minst veranderen. Maar ook daar dient de dooi zich elk jaar gemiddeld 0,84 dagen eerder aan dan het jaar daarvoor.

WIST JE DAT…

Hogere temperaturen
Maar hoe komt dat nu? Volgens de onderzoekers valt de vroege dooi in het voorjaar samen met een temperatuurstijging in het voorjaar. “Eerdere onderzoeken hebben naar kleine aantallen meren gekeken wanneer ze de invloed van temperatuurveranderingen wilden achterhalen,” vertelt onderzoeker Jadu Dash. “Ons onderzoek is het eerste onderzoek dat satellietgegevens die op verschillende momenten zijn verzameld, gebruikt om duizenden meren in het Noordpoolgebied te monitoren. Het draagt bij aan het groeiende aantal observaties dat laat zien welke invloed hogere temperaturen op het Noordpoolgebied hebben.”

Later bevriezen
Maar niet alleen de dooi zet eerder in. Er zijn tevens aanwijzingen gevonden dat de meren aan het eind van de herfst steeds later bevriezen. Het zou de periode waarin de meren met ijs bedekt zijn nog verder verkorten.

Onze resultaten hebben verschillende implicaties,” stelt onderzoeker Mary Edwards. “Een verandering in de ijsbedekking verandert de energiebalans tussen het land en de atmosfeer. Minder ijs betekent een langer seizoen voor het leven in de meren en dat beïnvloedt – samen met de hogere temperaturen – processen zoals de uitstoot van CO2 en CH4 (methaan, red.) Verder gebruiken veel mensen de met ijs bedekte landschappen om zich in de winter te verplaatsen.” Dat laatste zal in de late herfst en het vroege voorjaar naar verwachting steeds lastiger worden.