Sommige blijken ook nog eens tot de nok toe gevuld met methaan.

Saturnus’ maan Titan is het enige hemellichaam in ons zonnestelsel dat net als de aarde stabiele vloeistof op het oppervlak heeft. Aan de oostelijke kant van Titan herbergt de maan grote zeeën. Aan de westkant bevinden zich kleine meren. En nieuwe metingen van deze meren tonen nu aan dat ze verrassend diep zijn, hoog op heuvels liggen en tot aan de rand gevuld zijn met methaan.

Diep
De metingen geven in de eerste plaats meer informatie over de diepte van de meren. En sommige blijken wel 100 meter diep te zijn. Het feit dat de meren klein zijn – slechts enkele tientallen kilometers breed – maar heel diep, vertelt de onderzoekers ook iets meer over hun geologie. Het suggereert namelijk dat ze waarschijnlijk zijn gevormd toen het omringende gesteente van ijs en vaste organische stoffen chemisch oploste en instortte. Op aarde staan soortgelijke meren bekend als ‘karstische meren’. Ze komen voor in Duitsland, Kroatië en de Verenigde Staten en vormen zich wanneer kalksteen op de bodem aangetast wordt door water.


Methaan
De hydrologische cyclus op Titan werkt eigenlijk op dezelfde manier als op aarde, met één groot verschil: in plaats van water herbergt Titan methaan en ethaan. Op aarde kennen we deze koolwaterstoffen voornamelijk als een gas. Maar Titan is zo koud dat deze stoffen zich op het maantje gedragen als vloeistoffen.

Meertjes
Wetenschappers weten dat de veel grotere, noordelijke zeeën op Titan vol zitten met methaan. Maar dat ook de kleinere meertjes uit methaan bestaan, was een verrassing. Eerdere metingen van Ontario Lacus – het enige grote meer op het zuidelijke halfrond van Titan – wees namelijk uit dat dit meer uit ongeveer een gelijke mix van methaan en ethaan bestond. Dit betekent dat de hydrologie op de ene kant van Titan heel anders is dan aan de andere kant. “Telkens wanneer we ontdekkingen op Titan doen, wordt Titan mysterieuzer,” zegt hoofdauteur van de studie Marco Mastrogiuseppe.“Maar de nieuwe metingen helpen om een antwoord te krijgen op enkele belangrijke vragen. We kunnen nu de hydrologie van Titan beter begrijpen.”

De resultaten ondersteunen het idee dat koolwaterstof op Titan regent en op die manier de meren vult. Vervolgens verdampt dit weer in de atmosfeer, of vloeit ondergrond weg, waardoor er ondergrondse reservoirs van vloeistof achterblijven. Deze nieuwe inzichten hebben we te danken aan Cassini (zie kader), die in 2004 bij Saturnus aankwam en tot en met 2017 onderzoek deed. Het ruimtevaartuig bracht meer dan 1,6 miljoen vierkante kilometer aan vloeibare meren en zeeën op het oppervlak van Titan in kaart. “Dit zijn de laatste bevindingen van Cassini,” zegt onderzoeker Jonathan Lunine. “En het is echt een hele prestatie.”

Over Cassini
Cassini werd in 1997 gelanceerd en draaide tussen 2004 en 2017 rond Saturnus. In die periode ontdekte de sonde onder meer geologische activiteit op de maan Enceladus en met methaan gevulde meren op Titan. Ook dook de sonde herhaaldelijk in het gat tussen Saturnus en zijn ringen – een primeur – om meer over de gasreus en de ringen te weten te komen. Het resulteerde onder meer in fantastische close-upfoto’s van de kleine maantjes die Saturnus rijk is. Halverwege september gaf NASA de sonde na bijna twintig jaar trouwe dienst opdracht om zich in de atmosfeer van Saturnus te boren. Een heel bewuste keuze: de brandstof van Cassini was op aan het raken en NASA wilde voorkomen dat de sonde stuurloos zou raken en op één van de potentieel leefbare manen van Saturnus zou crashen.