In de toekomst moeten we misschien wel naar de kantoorboekhandel om een medische diagnose gesteld te krijgen. Wetenschappers zorgen er met een chemisch trucje voor dat bepaalde moleculen aan doodgewoon papier blijven plakken. En daarmee kan doodgewoon papier in de toekomst wellicht ziekten opsporen.

Het idee om met papier bepaalde ziekteverwekkers of andere stofjes in het lichaam op te sporen is niet helemaal nieuw. Een heel bekend voorbeeld is natuurlijk de zwangerschapstest waarbij nitrocellulose wordt gebruikt. Dit is een plakkerig membraan dat ook wel voor andere doeleinden wordt toegepast en onder meer eiwitten, DNA of antilichaampjes kan helpen opsporen.

Goedkoper
Maar dit membraan is vrij prijzig en lang niet zomaar overal voorhanden. Onderzoeker Daniel Ratner zou het graag vervangen door een veel goedkoper alternatief dat ook nog eens overal terug te vinden is. Hij dacht direct aan papier. Veel mensen hebben dat gewoon in huis en het kost vrijwel niets. Maar nu kwam het lastige: hoe konden onderzoekers er voor zorgen dat moleculen die medisch gezien interessant zijn aan dit doodgewone papier blijven plakken?

Chemisch trucje
De onderzoekers gebruikten daarvoor een industrieel oplosmiddel en verdunden het met water tot het een bepaalde zuurgraad had. Vervolgens stopten ze het samen met een velletje papier in een gripzakje. Ze schudden het geheel gedurende enkele uren, spoelden het papier daarna af en lieten het drogen. Dat leverde een glad velletje papier op waar allerlei stofjes die medisch interessant waren (denk aan DNA, suikers, eiwitten, etc.) aan bleven plakken.

Experiment
“We wilden iets ontwikkelen dat niet één vraag, maar heel veel vragen over de persoonlijke gezondheid kon beantwoorden,” vertelt Ratner. “Zitten er eiwitten in de urine? Is deze persoon diabeticus? Heeft iemand malaria? Of griep?” En dat is gelukt, zo blijkt uit een experiment. De onderzoekers lieten een inktjetprinter geen inkt, maar biomoleculen op het papier ‘printen’. Ze printten de biomoleculen in een onzichtbaar patroon en stelden het papier vervolgens bloot aan een giftig stofje dat zich aan de biomoleculen bindt. Het papier kon zo bewijzen dat het gif inderdaad aanwezig was.

En daarmee is bewezen dat de aanpak van Ratner en zijn collega’s werkt. Het is nu zaak om het papier verder door te ontwikkelen zodat er straks echte diagnoses mee gesteld kunnen worden.