diep nadenken

Niet alleen computers kunnen de winnaar van bijvoorbeeld een voetbalwedstrijd accuraat voorspellen. Uit onderzoek blijkt dat ook wij ‘simpele’ mensen met onze bovenkamer de uitkomst kunnen berekenen. Handig bij een voetbalpool.

Normaalgesproken selecteert ons geheugen een beperkt aantal herinneringen als ‘bewijs’ voor een te nemen beslissing. Maar omdat levensechte situaties niet altijd de meest voorspelbare uitkomst hebben, kunnen teruggehaalde herinneringen ons misleiden en in de war brengen wanneer we een beslissing nemen.

Training
Onderzoekers aan het University College London en de University of Montreal ontdekten een manier het brein te trainen om toch die accurate voorspellingen te doen. Hoe? Door de proefpersonen geïdealiseerde scenario’s te geven die altijd voldoen aan statistische zekerheid. Dat wil zeggen: de proefpersonen kregen niet de echte onvoorspelbare uitkomsten van wedstrijden, ze kregen de meest logische uitkomst, namelijk dat de beste ploeg altijd won. Dr Bradley Love, hoofdauteur van de studie in Proceedings of the National Academy of Sciences, legt uit hoe het kan dat dit werkt: “De geïdealiseerde situaties in plaats van echte uitkomsten maakt het geheugen ‘schoon’ en geven een voorraad van kwalitatief goed ‘bewijs’ dat het brein kan gebruiken bij volgende beslissingen.”

Fictie vs. werkelijkheid
De onderzoekers programmeerden computers met alle mogelijke statistische informatie van voorgaande sportcompetities. De computer voorspelde hiermee altijd de meest waarschijnlijke uitkomst van een wedstrijd. De deelnemers aan het onderzoek werden verdeeld in twee groepen. Beide groepen kregen scenario’s voorgelegd van twee honkbalteams waarvan ze de uitkomst moesten voorspellen. De ene groep kreeg na de voorspelling de echte uitkomst te horen. De andere groep, de ‘geïdealiseerde groep’ een fictieve uitkomst: het team met de meest gewonnen wedstrijden had gewonnen. Iets wat in werkelijkheid niet altijd gebeurt.

Vervolgens kregen de deelnemers een test en moesten ze de uitkomsten voorspellen voor de rest van de competitie. Alleen kregen ze nu niet meer tussendoor de echte of fictieve uitkomst te horen. En ook al had de ‘geïdealiseerde groep’ onjuiste informatie gekregen tijdens de training, de deelnemers binnen deze groep voorspelden aanzienlijk beter welke teams de wedstrijden wonnen. “Menselijke beslissingen zijn rommelig omdat ze gebaseerd zijn op onwillekeurig opgehaalde herinneringen.” De training met fictieve informatie en wedstrijduitkomsten fungeert als een soort cognitieve limiet. U luistert alleen naar het harde bewijs in uw hoofd en niet meer naar de herinneringen aan onverwachte uitkomsten uit het verleden. De ‘geïdealiseerde deelnemers’ konden na de training net zo accuraat voorspellen als een computermodel.