Maar onder andere Nederlandse onderzoekers werken hard aan een oplossing.

Regelmatig kun je in de krant lezen dat mensen door haaien worden aangevallen. En ook krokodillen die mensen doden, kunnen op de nodige media-aandacht rekenen. Veel minder vaak hoor je echter over mensen die komen te overlijden na een aanval door een gifslang. En dat terwijl dat vele malen vaker voorkomt dan bijvoorbeeld een dodelijke haaienbeet. “Elk jaar komen gemiddeld 100.000-150.000 mensen na een beet van een gifslang om het leven,” vertelt Mátyás Bittenbinder, als bioloog en toxicoloog verbonden aan Naturalis (Biodiversity Center in Leiden) en de Vrije Universiteit (Amsterdam). “Het werkelijke aantal dodelijke slangenbeten ligt waarschijnlijk echter nog veel hoger, omdat veel sterfgevallen niet geregistreerd worden. Het is namelijk een probleem van arme landen in de Sub-Sahara Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika. De slachtoffers zijn vaak boeren en herders die geen of beperkte toegang hebben tot medische zorg en met klachten aankloppen bij hun lokale medicijnman. Wanneer ze vervolgens komen te overlijden, wordt hun dood niet geregistreerd.”

Overlevenden
Naast de zeker 100.000 mensen die door de beet van een gifslang om het leven komen, zijn er elk jaar naar schatting ook 500.000 mensen die de beet van een giftige slang wel overleven, maar daar blijvende schade aan overhouden. “Blindheid, schade aan de spieren, gewrichtspijn, zweren, nier- en leveraandoeningen,” somt Bittenbinder op. “En soms moeten lichaamsdelen geamputeerd worden. Het heeft een enorme impact op de slachtoffers die vaak een fysiek beroep hebben.” Omdat werken lastig of zelfs onmogelijk is, komen ze in de armoede terecht.

Snakebite Awareness Day
Het moge duidelijk zijn: de beten van giftige slangen zijn een groot probleem. Maar ook een onderbelicht probleem; je hoort er – in tegenstelling tot de eerdergenoemde en veel schaarsere aanvallen van haaien of krokodillen – maar weinig over. In een poging deze vergeten problematiek onder de aandacht te brengen, is 19 september uitgeroepen tot Snakebite Awareness Day.

Gevaarlijke slangensoorten
Wereldwijd zijn ons zo’n 3800 verschillende slangensoorten bekend. 750 daarvan worden gezien als giftig. “En 250 daarvan worden door de Wereldgezondheidsorganisatie als ‘medisch relevant’ bestempeld. Dat betekent in feite dat ze vaak in aanvaring komen met mensen en ook een gevaarlijk gif bij zich dragen.” Uiteindelijk is echter maar een handvol soorten verantwoordelijk voor het grote aantal dodelijke slachtoffers dat elk jaar valt. “In India bijvoorbeeld – waar met 50.000 doden de meeste slachtoffers vallen – zijn slechts vijf slangensoorten verantwoordelijk voor nagenoeg alle aan slangenbeten gerelateerde sterfgevallen.” Eén van die soorten is de zo op het eerste gezicht niet eens zo heel indrukwekkende zaagschubadder. “Een klein slangetje eigenlijk; zo dik als een duim en zo lang als een onderarm.” Maar uitermate giftig. “Het gif beïnvloedt de bloedstolling en zorgt ervoor dat het bloed van het slachtoffer dunner wordt. Gelijktijdig veroorzaakt het gif ook gaten in de bloedvaten. Dat leidt tot inwendige bloedingen.”

Zaagschubadder. Afbeelding: Mvshreeram (via Wikimedia Commons).

Een andere slangensoort die in India veel slachtoffers maakt, is de Indiase cobra. “Deze wordt ook wel de brilslang genoemd, vanwege de brilvormige tekening op zijn hoed. Het gif van deze slang is neurotoxisch, wat betekent dat het de zenuwoverdracht en zenuwuiteinden aantast. Hierdoor worden de spieren stilgelegd en ontstaan bijvoorbeeld problemen met de ademhaling.”

Indiase cobra. Je kijkt hier tegen de achterzijde van de hoed aan, met daarop de bril-achtige tekening. Afbeelding: Ganesh SahSudi (via Wikimedia Commons).

Ook de Russells adder eist veel levens in India. “Het gif van deze adder breekt de spieren af. Daarbij komen moleculen vrij die niet door de nieren kunnen worden afgebroken. Het resulteert in nierfalen en de meeste slachtoffers sterven binnen 24 tot 48 uur.”

Russells adder. Afbeelding: Davidvraju (via Wikimedia Commons).

Afrika
Ook in Afrika eisen gifslangen elk jaar veel levens. Naast de zaagschubadder, die we hierboven al even aan je voorstelden, is ook de Mozambikaanse spugende cobra berucht. In tegenstelling tot veel andere gifslangen die het gif via hun tanden in de huid brengen en dus direct contact moeten maken met hun slachtoffer kan de Mozambikaanse spugende cobra van een afstandje toeslaan. “Wel van twee of drie meter afstand,” vertelt Bittenbinder. Zoals de naam al doet vermoeden, spuugt de cobra gif. “En wanneer dat in de ogen belandt, kan het slachtoffer blind worden.” Een andere zeer gevaarlijke slang die in Afrika regelmatig toeslaat, is de zwarte mamba. “Ook deze slang is uitgerust met een neurotoxisch gif dat ademhalingsproblemen veroorzaakt.”

Verschillen
En zo zijn er dus nog honderden andere giftige slangen, maar die zijn lang niet allemaal even gevaarlijk. De ene soort is giftiger dan de andere. “Daarnaast is ook de hoeveelheid gif die wordt ingebracht, bepalend.” Hoelang het vervolgens duurt voor mensen de eerste ernstige gezondheidsklachten ontwikkelen, verschilt eveneens. “Vaak zie je dat er binnen 2 tot 3 uur na de beet al lichte klachten ontstaan, zoals een zwelling op de plek van de beet en een metaalachtige smaak in de mond. Levensbedreigende effecten ontstaan vaak pas later. In het geval van Russells adder bijvoorbeeld pas na 24 tot 48 uur.” Anders is dat na een beet van de zwarte mamba. “Slachtoffers kunnen binnen een half uur al de eerste effecten ervan ondervinden en sommigen overlijden binnen twee uur.”

Antigif
Veel mogelijkheden zijn er niet na een beet van een giftige slang. “Er is op dit moment maar één optie en dat is antigif. Dat antigif wordt verkregen door paarden of schapen kleine hoeveelheden slangengif toe te dienen. Omdat het om kleine hoeveelheden gaat, worden zij er niet ziek van, maar hun lichaam gaat wel antilichamen tegen het gif aanmaken. Na een paar maanden wordt er bij de paarden en schapen bloed afgenomen, de antilichamen worden daar uitgefilterd en dat is dan het antigif.” Hoewel zo’n antigif – als het tijdig wordt toegediend – effectief is, heeft het ook een aantal nadelen. “Omdat elke slang een unieke gifcocktail heeft, moet je ook voor elke slangensoort een eigen antigif ontwikkelen.” Daarnaast is de productie van het antigif behoorlijk tijdrovend en arbeidsintensief. Een ander nadeel is dat het resulterende antigif koel bewaard moet worden. En dat is vaak lastig in armere, afgelegen gebieden waar gifslangen juist vaak toeslaan.

Alternatief voor antigif
Maar er gloort hoop. Wetenschappers – waaronder ook Bittenbinder en professor Freek Vonk – werken hard aan een alternatief voor het traditionele antigif. “We gebruiken daarvoor zogenoemde small molecule inhibitors, deze zijn ontwikkeld als medicijn en reeds goedgekeurd door de FDA (Amerikaanse Food and Drug Administration, red.).” Maar Bittenbinder en collega’s gebruiken ze dus voor heel andere doeleinden. “Wij zorgen dat de small molecule inhibitors zich richten op een toxinegroep in gif. Bijvoorbeeld toxinegroep A, B of C. Elke gifslangensoort heeft zijn eigen gifcocktail, maar die verschillende toxinegroepen komen wel terug in het gif van de meeste slangen. Als we de small molecule inhibitors die zich elk op weer een andere toxinegroep richten, kunnen combineren, zou er één middel kunnen ontstaan dat met alle toxines die in alle giffen van slangen voorkomen, afrekent en waarmee dus ook al die giffen bestreden kunnen worden.” Aan een dergelijk universeel wondermiddel wordt al hard gewerkt. “We hopen het binnen tien jaar af te ronden,” vertelt Bittenbinder, die benadrukt dat de productie ervan ook nog eens veel goedkoper is dan die van het traditionele antigif. “Daarnaast kan het middel bij kamertemperatuur bewaard worden.”

Traject
Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. En dat is het op dit moment ook. Want er moet nog veel werk worden verzet. “Allereerst is het belangrijk dat we slangengif en de effecten ervan beter gaan begrijpen. Ook moeten we nog testen of het mogelijk is om combinaties van small molecule inhibitors te maken en of die combinaties ook veilig zijn.” De grootste uitdaging verwacht Bittenbinder echter aan het eind van dit nog lange onderzoekstraject. “Dan moeten we mensen ervan overtuigen dat dit medicijn betrouwbaar is. En dat kan lastig zijn, omdat ze vaak blindelings vertrouwen op hun medicijnman.”

Wetenschappers zullen er echter alles aan doen om ervoor te zorgen dat het medicijn er komt en door de mensen die het zo hard nodig hebben, omarmd wordt. Want dat hoge aantal doden door giftige slangenbeten moet omlaag. “Het is het streven van de hele gemeenschap om het aantal mensen dat door de beet van gifslangen om het leven komt in 2030 gehalveerd te hebben,” vertelt Bittenbinder. “Dat is ambitieus, maar we hopen met dit kleine wondermiddel toch echt een flinke slag te kunnen slaan.”