ASTRONOMIE  Hoe kan het dat er op de noordelijke helft van Titan twintig keer meer methaan- en ethaanzeeën zijn dan op de zuidelijke helft? Wetenschappers van het Californische Instituut voor Technologie (Caltech) menen dat het ligt aan de elliptische baan van moederplaneet Saturnus.

Saturnus draait namelijk niet in een mooie ronde baan om de zon. De baan van de ringenplaneet is ovaal. Dit heeft invloed op Titan, want de maan is soms dichter bij de zon dan op andere momenten. Tijdens de zuidelijke zomer is Titan twaalf procent dichter bij de zon dan tijdens de noordelijke zomer. Hierdoor zijn de noordelijke zomers lang en de zuidelijke zomers kort en intensief.

Deze onevenwichtigheid zorgt voor een verschil in verdamping en neerslag. In het zuiden verdampt meer methaan en ethaan, terwijl in het noorden meer neerslag plaatsvindt.

Titan is de afgelopen jaren goed in kaart gebracht door de Cassini ruimtesonde en de Huygens sonde. Laatstgenoemde daalde in 2005 af in de atmosfeer van Titan om unieke opnamen te maken van het oppervlak van de maan.