Michelangelo’s handen leden onder artrose, maar de grote kunstenaar werkte stug door. En hij voorkwam zo – waarschijnlijk onbewust – dat zijn handen onbruikbaar werden.

Dat stellen onderzoekers in het blad Journal of the Royal Society of Medicine. Ze trekken die conclusie nadat ze onder meer drie portretten van Michelangelo bestudeerden.

Michelangelo Buonarroti.

Michelangelo Buonarroti.

Portretten
Op de portretten zien we Michelangelo toen hij tussen de 60 en 65 jaar oud was. Aan zijn linkerhand is goed te zien dat deze aangetast is door iets wat de onderzoekers sterk doet denken aan artrose. In eerdere portretten van Michelangelo lijken zijn handen nog niet door deze aandoening te zijn aangetast.

Literatuur
“Uit de literatuur blijkt duidelijk dat Michelangelo last had van een ziekte die zijn gewrichten aantastte,” vertelt onderzoeker Davide Lazzeri. Zo schrijft Michelangelo in 1552 in een brief aan zijn neef dat hij veel moeite had met schrijven. Maar ondanks die problemen bleef hij het ene na het andere meesterwerk afleveren. Zelfs zes dagen voor zijn dood (in 1564) was hij nog aan het hameren. Hij was toen bijna 89 jaar oud. Tegen die tijd kon Michelangelo al niet meer schrijven en ondertekende alleen zijn brieven.

Jicht
“In het verleden is dit toegeschreven aan jicht, maar onze analyse laat zien dat die verklaring niet klopt,” stelt Lazzeri. De handen van Michelangelo vertonen namelijk geen ontstekingen of jichtknobbels. Lazzeri noemt artrose de “enige plausibele verklaring” voor de klachten van Michelangelo.

Dat de kunstenaar ondanks die klachten stug doorwerkte, is waarschijnlijk heel slim geweest. “Het voortdurende en intense werk hielp Michelangelo om zijn handen zo lang mogelijk te kunnen blijven gebruiken.”