Vier miljard jaar geleden werden verschillende planeten in ons zonnestelsel geraakt door een groot aantal micrometeorieten. Uit onderzoek blijkt dat deze meteorieten de aarde flink afkoelden, waardoor het ontstaan van leven miljoenen jaren werd bemoeilijkt.

Wetenschappers van het Imperial College London bestudeerden de gevolgen van het Late Heavy Bombardment. Ongeveer vier tot 3,8 miljard jaar geleden kregen de binnenste planeten van het zonnestelsel erg veel meteorieten op hun dak. Dit blijkt o.a. uit de ouderdom van kraters op de maan en Mars.

De onderzoekers beweren dat de aarde en Mars niet alleen door grote, maar ook door piepkleine meteorieten werden geraakt. De micrometeorieten gaven zwaveldioxide af in de aardse atmosfeer. Volgens de onderzoekers produceerden de micrometeorieten zo’n twintig miljoen ton zwaveldioxide per jaar. Zwaveldioxide in de atmosfeer reflecteert licht, waardoor de aarde en Mars geen kans kregen om op te warmen. De wetenschappers vermoeden dat de aarde tijdens en kort na het Late Heavy Bombardment een poolklimaat had met temperaturen nabij en beneden het vriespunt.

Minder energie
“Vier miljard jaar geleden kon veel minder energie van de zon de aarde bereiken”, aldus professor Mark Sephton van het Imperial College London. De energie van de zon was vier miljard jaar geleden dertig procent zwakker dan tegenwoordig. Een zwakke zon en veel zwaveldioxide hadden dus grote gevolgen voor het aardse klimaat. “Ook Mars verloor haar broeikasgassen en koelde tijdens het Late Heavy Bombardment flink af.”

Nekslag
Hoewel de aarde redelijk goed uit deze periode kwam, vormde het Late Heavy Bombardment de nekslag voor Mars. De rode planeet is al vier miljard jaar een relatief droge plek met een ijle atmosfeer en lage temperaturen.