Voor het eerst zijn microplastics ook aangetroffen in het lijf van waterdieren die op grote diepte (tussen de 300 en 1800 meter) leven.

Onderzoekers ontdekten microplastics in zeekomkommers, heremietkreeften en springkrabben, zo is in het blad Scientific Reports te lezen. De organismen leefden op een diepte tussen de 300 en 1800 meter. Het is voor het eerst dat onderzoekers aantonen dat microplastics ook op deze grote diepte het lijf van dieren binnen weten te dringen. “Het resultaat heeft me echt verbaasd en herinnert ons eraan dat de plasticvervuiling werkelijk de uiteinden van de aarde heeft bereikt,” stelt onderzoeker Laura Robinson, verbonden aan de universiteit van Bristol.

Microplastics
Onder microplastics moeten deeltjes kleiner dan 5 millimeter worden verstaan. Microplastics zijn daarmee ongeveer net zo groot als de organische deeltjes die in de oceaan te vinden zijn en voor veel diepzeedieren een bron van voedsel zijn.

Sediment
“Het belangrijkste doel van deze onderzoeksexpeditie was het verzamelen van microplastics uit sedimenten afkomstig uit een dieper deel van de oceaan,” vertelt onderzoeker Michelle Taylor. “En we vonden er heel veel. Aangezien dieren de interactie met dit sediment aangaan – ze leven erin of eten het – besloten we in de dieren te kijken of er bewijs te vinden was dat zij microplastics hadden ingeslikt.”

Polyester
En dat bleek inderdaad het geval te zijn. In de lijfjes van de diepzeedieren werden onder meer kleine stukjes polyester, nylon en acryl teruggevonden. “Wat met name alarmerend is, is dat deze microplastics niet aangetroffen werden in kustgebieden, maar op grote diepte, op duizenden kilometers afstand van de op het land gevestigde bronnen van de plasticvervuiling,” vindt Taylor.

Welk impact de microplastics op de diepzeedieren hebben, is onduidelijk. Dat zal uit nader onderzoek moeten blijken.