In de universiteitsbibliotheek in Leiden zijn de aantekeningen van een Middeleeuwse student teruggevonden. Een primeur!

Nog nooit zijn in Nederland aantekeningen van een Middeleeuwse student teruggevonden. En ook in het buitenland zijn ze schaars. Dat is ergens logisch: vaak werden de kladbriefjes door de studenten weggegooid.

Lesje aantekeningen maken
Aantekeningen maken tijdens de les: pas in de Middeleeuwen werd dat gangbaar. In 1230 kwam de tekst ‘De disciplina scholarum‘ uit. Hierin werd beschreven hoe studenten dienden te studeren. Als tip werd gesteld dat het verstandig was om tijdens de les op strookjes papier aantekeningen te maken en deze dan later thuis over te schrijven. Vaak werden de aantekeningen op restjes papier gemaakt en later thuis op perkament overgezet. De kladpapiertjes werden weggegooid.

WIST U DAT…

…eerder uit een onderzoek van Kwakkel al bleek dat de Middeleeuwers afval recycleden?

Bewaard
De student die dit kladpapiertje maakte, bewaarde het om wat voor reden dan ook. Erik Kwakkel ontdekte het in een boek: het zat tegen de binnenkant van een boekband geplakt. Mogelijk is het daar bij het herbinden van het boek terecht gekomen. Doordat het tegen de boekband zit aangeplakt, is onduidelijk of zich ook op de achterkant van het blaadje nog informatie bevindt. Maar daar komen de onderzoekers mogelijk snel achter: een restaurator gaat het kladbriefje voorzichtig verwijderen.

Het kladje is 10 centimeter breed en zo’n 5 centimeter hoog. Het laat zien dat er flink wat overeenkomsten zijn tussen de manier waarop studenten toen en nu aantekeningen maakten. Zo had de student duidelijk haast toen hij het neerpende: er zijn veel afkortingen gebruikt en ook uit het cursieve schrift blijkt dat er vlug geschreven moest worden. Waarschijnlijk studeerde de student theologie. Op het kladpapiertje komen namelijk zonde, maar ook de vrije wil en de naam Anselmus van Canterbury (een theoloog en monnik) aan bod.