Archeologen hebben bewijs gevonden dat Engelsen er in de middeleeuwen alles aan deden om zombies te dwarsbomen.

Tijdens opgravingen in een verlaten Engels dorpje vonden onderzoekers verschillende toegetakelde stoffelijke resten. Je moet dan denken aan botten die na de dood van het slachtoffer zijn gebroken of verbrand. Ledematen die van lichamen zijn gesneden en hoofden die van de romp zijn gehaald. Al dat geweld is volgens de archeologen maar op één manier te verklaren: de dorpelingen waren bang dat een intact lijk weer tot leven zou komen en de mensen in het dorp lastig zou gaan vallen. Dat is te lezen in het blad Journal of Archaeological Science Reports.

Het Middeleeuwse dorpje waar de botten werden teruggevonden: Wharram Percy. Afbeelding: Historic England.

Zombies
In de middeleeuwen geloofde men dat het goed mogelijk was dat overledenen weer tot leven kwamen en in hun oude omgeving gingen rondwaren. Daarbij zouden de lijken ziekten verspreiden en mensen aanvallen. Dergelijke ‘rusteloze lijken’ zouden het resultaat zijn van een kwaadaardige levenskracht die nog in de overledene huisde wanneer deze bij leven slechte dingen had gedaan. Middeleeuwse schrijvers benoemen in hun werken verschillende methoden die kunnen worden toegepast om af te rekenen met dergelijke ‘zombies’. Zo kon men een rondwarende dode een halt toe roepen door het lijk op te graven, te onthoofden en te ontleden en de resten vervolgens te verbranden.

Andere theorieën zijn niet steekhoudend
De onderzoekers bestudeerden in totaal 137 botten die in het middeleeuwse dorpje Wharram Percy zijn teruggevonden. Het zou gaan om de resten van zeker tien individuen. En die resten zijn dus aardig toegetakeld. Maar weten we zeker dat de dorpelingen zo wilden voorkomen dat de doden voor ellende zouden gaan zorgen? Of zijn de toegetakelde resten nog op andere manieren te verklaren? De onderzoekers wijzen erop dat het in sommige samenlevingen gebruikelijk is om stoffelijke resten van buitenstaanders anders te behandelen. Maar dat is hier niet het geval geweest, zo blijkt uit strontiumisotopen in de tanden van de doden. Deze isotopen tonen namelijk aan dat alle individuen in dit gebied opgroeiden. “Mogelijk zelfs in het dorp,” vertelt onderzoeker Alistair Pike. “Dat was verrassend voor ons, omdat we ons in eerste instantie afvroegen of de ongebruikelijke behandeling van de lichamen wellicht te verklaren was doordat de mensen niet tot de lokale bevolking behoorden.”

Sporen van een mes op een rib. Afbeelding: Historic England.

Hongersnood dan?
Ook hongersnoden waren in de middeleeuwen aan de orde van de dag. Dus zou het niet kunnen dat de botten van deze mensen zo toegetakeld zijn, omdat mensen het vlees opgegeten hebben? Ook dat sluiten de onderzoekers uit. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat men in het geval van kannibalisme met name veel sporen van messen ziet op de plek waar grote spieren en gewrichten aan het bot vastzitten. Maar in dit geval bevinden de meeste sporen van het mes zich in het gebied van het hoofd en de hals.

“Het idee dat de Wharram Percy-botten de resten zijn van lichamen die verbrand en ontleed zijn om te voorkomen dat ze uit hun graf zouden lopen, lijkt het meest in lijn te zijn met het bewijs,” vertelt onderzoeker Simon Mays. “Als dat klopt, dan is dit het eerste degelijke archeologische bewijs dat we voor deze praktijken hebben. Het laat ons de duistere kans van middeleeuwse overtuigingen zien en herinnert ons eraan hoe anders de kijk op de wereld in de middeleeuwen was.”