Mieren die een route volgen die ze al eerder wandelden, gebruiken een fotografisch geheugen om op het juiste pad te blijven. Dat concluderen Britse onderzoekers. De insecten bekijken objecten langs de route elke keer vanuit dezelfde hoek zodat het overeenkomt met het beeld van de route dat ze in hun hoofd hebben opgeslagen.

De wetenschappers trainden een aantal mieren om een onzichtbare voedselbron te vinden. Op weg daar naartoe kwamen de mieren een aantal objecten tegen. Toen de mieren de route voor de tweede keer aflegden, oriënteerden ze zich aan de hand van deze objecten.

Draaien
De onderzoekers toonden aan dat de mieren zich niet onwillekeurig oriënteerden, maar de beelden bewust opslagen; toen de wetenschappers de kenmerken iets verschoven, draaiden de mieren hun lichamen verder om toch het beeld te krijgen dat ze in hun hoofd hadden. Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat de dieren zich wanneer ze naar de objecten toe bewegen niet geleidelijk aan herpositioneren. Nee: ze lopen eerst naar het kenmerk toe en draaien hun lijf dan pas en net zolang totdat het beeld dat ze in hun hoofd hebben, overeenkomt met de realiteit.

Niet te ver
De techniek is handig, maar werkt alleen als de mieren zich niet te ver van hun doel bevinden. “Als er geen gelijkenis is tussen de opgeslagen foto en het beeld dat je van de wereld hebt dan heeft de foto geen nut,” concludeert onderzoeker Thomas Collett. Het is mogelijk dat mieren aan de hand van objecten onderweg ook kunnen berekenen hoever ze nog moeten lopen, maar dat is nog niet bewezen.

Object
Volgens neuroloog Allen Cheung is het heel normaal dat organismen zich op basis van objecten naar huis begeven. Maar het is voor het eerst dat men waarneemt dat organismen hun route pas aanpassen als zij bij zo’n object aankomen. Andere organismen bepalen gedurende hun route op basis van objecten waar ze heen moeten. De mier loopt eerst helemaal naar het object, draait zijn lijf totdat zijn beeld overeenkomt met de ‘foto’ die hij heeft opgeslagen en weet dan pas waar hij heen moet.

Volgens Cheung is dat evolutionair gezien niet gek. “Omdat de mieren niet continu bezig zijn hun positie te berekenen, hebben ze onderweg tijd om zich met andere taken bezig te houden.” Of dat ook echt gebeurt, moet uit nader onderzoek blijken.