Op jacht naar zeldzame aarden en metalen zoals koper en nikkel hebben bedrijven hun pijlen nu ook gericht op de internationale wateren. En ze lijken binnenkort hun zin te gaan krijgen. Het leidt tot grote verontwaardiging onder mariene biologen.

Wat hebben smartphones, computers, zonnepanelen en windmolens met elkaar gemeen? Ze herbergen allemaal een hoop metalen (zoals koper, ijzer en nikkel) en zeldzame aarden (zoals yttrium, neodymium en dysprosium). En doordat de vraag naar duurzame energie en apparaten zoals smartphones en tablets explosief is toegenomen, worden ook die metalen en zeldzame aarden hier op het land steeds schaarser. Om toch aan de stijgende vraag te kunnen voldoen, richten bedrijven dan ook hun pijlen op de diepzee. De elementen zijn daar nog ruimschoots voorhanden en de bedrijven staan te trappelen om die rijke bron aan zeldzame aarden en metalen aan te boren. En hun ongeduld lijkt beloond te worden. Naar verwachting zal de International Seabed Authority (ISA) de regelgeving in de nabije toekomst – mogelijk volgend jaar al – zo aanpassen dat de diepzeebouw ook in internationale wateren mogelijk wordt.

Verontwaardiging
De plannen kunnen op grote verontwaardiging rekenen. Zo verscheen deze week een kort epistel waarin meer dan 300 wetenschappers uit 44 verschillende landen zich tegen de plannen uitspreken. “Mijnbouw is simpelweg een te risicovolle onderneming in een reeds overbelaste oceaan,” aldus professor Douglas McCauley, als mariene bioloog verbonden aan de University of California, Berkeley en één van de ondertekenaars van de brief. “Onderzoek wijst erop dat diepzeemijnbouw unieke en belangrijke soorten bedreigt en onherstelbare schade aan zou richten aan de gevoelige mariene leefgebieden.”

Huidige mijnbouw
Mijnbouw op zee is op zichzelf natuurlijk niets nieuws. Zo wordt er in kustwateren al langer naar kostbare grondstoffen – zoals diamanten en zand – gezocht. Dat gebeurt in de zogenoemde exclusieve economische zone (EEZ). Dat is een gebied dat zich tot enkele honderden kilometers voor de kust van een staat uitstrekt en door die staat geëxploiteerd mag worden. Maar diepzeebouw in internationale wateren is toch heel iets anders, zo stelt McCauley in gesprek met Scientias.nl. “Internationale wateren zijn biologisch heel anders. De ecosystemen in de diepzee waar bedrijven willen beginnen met mijnbouw behoren tot de meest fragiele gebieden op onze planeet.” En ze zijn niet alleen fragiel; experimenten wijzen uit dat ze verstoringen niet meer te boven komen. “Experimenten waarbij diepzeemijnbouw werd nagebootst, onthullen dat ecosystemen in de diepzee zich niet herstellen. Sporen die deze experimenten decennia geleden op de zeebodem achterlieten zijn vandaag de dag nog heel goed zichtbaar, het is alsof ze gisteren zijn gemaakt.” Wat biologen ook tegen de borst stuit, is dat het gaat om ecosystemen die veel opzienbarende soorten herbergen. Denk bijvoorbeeld aan de recent ontdekte octopus die vanwege zijn gelijkenis met het beroemde spookje ook wel Casper Octopus wordt genoemd. “Deze octopus legt zijn eitjes op de polymetallische knobbeltjes waarop de mijnbouwers het voorzien hebben.” Ook herbergen de ecosystemen veel ons nog onbekende soorten. “Het betekent dat we door diepzeemijnbouw veel populaties en soorten dreigen te verliezen nog voor ze door wetenschappers beschreven zijn.”

Klimaat
Daarnaast vrezen onderzoekers dat grootschalige diepzeemijnbouw ook riskant is voor ons reeds rap veranderende klimaat. “De oceaanbodem doet dienst als een soort kluis die oud koolstof veilig opslaat en zo uit de circulatie haalt,” legt McCauley uit. “Diepzeemijnbouw kan deze koolstofopslag verstoren. Dat oceanen in staat zijn om koolstof aan de atmosfeer te onttrekken heeft de verandering van het klimaat tot op heden behoorlijk vertraagd. We willen niet dat dit positieve effect dat de oceanen op het klimaat hebben, wordt aangetast.” Maar daar stevenen we met grootschalige diepzeemijnbouw wel op af. “Wetenschappers schatten recent nog dat activiteiten die de koolstofopslag in zee verstoren – zoals diepzeemijnbouw en trawlvisserij – net zo sterk bij kunnen dragen aan de CO2-uitstoot als de luchtvaartindustrie.”

Internationale wateren zijn van ons allemaal
En zo kunnen de activiteiten van een handvol bedrijven grote en zelfs wereldwijde schade berokkenen. En dat vindt allemaal ook nog eens plaats in gebieden die feitelijk gezien niet van deze bedrijven, maar van ons allemaal zijn, zo benadrukt McCauley. “Grondstoffen in de internationale wateren worden juridisch gezien als onderdeel van ons gemeenschappelijk erfgoed. Het betekent dat alle mensen en alle staten het eigendom over deze grondstoffen delen en er ook samen verantwoordelijk voor zijn dat er goed voor deze ecosystemen wordt gezorgd. Jij, ik en onze kinderen zijn allemaal mede-eigenaren van de internationale wateren. En dat maakt het zo belangrijk dat alle staten mee kunnen praten over de vraag of er gestart moet worden met diepzeemijnbouw en zoja, hoe dat moet gebeuren.” Maar voor een dialoog lijkt weinig gelegenheid te zijn nu de eilandstaat Nauru – in samenwerking met een buitenlands mijnbouwbedrijf – afgelopen week in feite een ultimatum bij de International Seabed Authority heeft neergelegd. Nauru heeft de ISA laten weten binnen twee jaar te willen starten met diepzeemijnbouw in de Stille Oceaan en dwingt de organisatie zo om in datzelfde tijdsbestek met richtlijnen, regelgeving en procedures voor diepzeebouw te komen. “De vraag is of alle landen wel een eerlijke kans krijgen om mee te denken over hoe de internationale wetten (waarin bijvoorbeeld is opgenomen hoe we de opbrengsten van diepzeemijnbouw gaan verdelen en de milieu-impact kunnen monitoren) eruit gaan zien.”

Groot gebied, grote impact
Haastwerk dreigt. En daarvoor staat er veel te veel op het spel, zo benadrukken deskundigen. Want er zijn nogal wat bedrijven die staan te trappelen om de oceaanbodem te exploiteren. En de gebieden die ze op het oog hebben, zijn gigantisch. Zo wil Nauru aan de slag in de Clarion Clipperton Zone. “Dat is een gebied dat ongeveer net zo breed is als de Verenigde Staten.” En niet alleen de gebieden die bedrijven claimen, zijn groot, hun impact op het milieu is ook enorm en reikt vaak voorbij de grenzen van de geclaimde zone. “Zo zullen mijnbouwbedrijven in de diepzee afvalwater genereren dat waarschijnlijk giftige materialen bevat en gewoon weer overboord wordt gepompt. Onderzoekers schatten dat deze afvalwaterpluimen tientallen tot honderden kilometers breed kunnen zijn.”

Meer onderzoek
Opgejaagd door Nauru en diepzeemijnbouwbedrijven kan de ISA op korte termijn al met richtlijnen en regelgeving voor diepzeemijnbouw komen. En gevreesd wordt dat de diepzeemijnbouw in internationale wateren dan een vlucht zal nemen – zonder dat we goed weten welke gevolgen dat lokaal en wereldwijd kan hebben. In hun brief pleiten McCauley en honderden andere deskundigen dan ook niet alleen voor meer tijd, maar ook voor meer onderzoek. “Wetenschappers zijn gemotiveerder dan ooit om serieuze vragen over de impact van diepzeemijnbouw te beantwoorden (…) Ik ben optimistisch dat op korte termijn meer onderzoek kan worden gedaan en zo een beter beeld kan worden verkregen van hoe de diepzee werkt en welke impact mijnbouw op dit belangrijke onderdeel van onze oceanen zal hebben.”

Maar dergelijke studies kunnen onmogelijk binnen twee jaar opgezet en afgerond geworden, zo benadrukt Lisa Levin, verbonden aan het Deep-Ocean Stewardship Initiative en professor aan het Scripps Institution of Oceanography. “Twee jaar is slechts een ogenblik, zeker in vergelijking met de tijdschalen waarop processen in de diepzee spelen. Zelfs als wetenschappers hier intensief mee aan de slag gaan, kunnen we de informatie die nodig is om deze opkomende industrieën te managen niet in slechts twee jaar verzamelen.” En daarom roepen onderzoekers de ISA ook op om een pauze in te lassen. Eerst onderzoek doen en dan verder kijken, zo is het idee. Of ze gehoor vinden bij de ISA is twijfelachtig, erkent McCauley. “Ik was daar eerder wel optimistisch over. Maar ik moet bekennen dat recente ontwikkelingen die kunnen resulteren in het overhaast neerpennen van belangrijke regelgeving die dicteert hoe de gezondheid van de oceanen er in de komende eeuw uit zal zien, mijn vertrouwen wel heeft geschaad.”