Zelfs elf maanden na infectie blijkt het lichaam nog antistoffen tegen corona aan te maken.

Dat stellen Amerikaanse onderzoekers in het blad Nature. Ze baseren zich op een kleinschalig onderzoek waaraan 77 voormalige coronapatiënten deelnamen.

Het onderzoek
De 77 coronapatiënten hadden bijna allemaal een milde infectie achter de rug; slechts zes van hen waren in het ziekenhuis opgenomen geweest. Alle 77 deelnemers hadden een maand na infectie wat bloed afgestaan en dat vervolgens elke drie maanden nog eens gedaan.

De bloedmonsters schetsten een ietwat verontrustend beeld dat we kennen uit eerdere studies. Zo bleken de antistoffen in het bloed in de eerste maanden na infectie heel snel af te nemen.

Antistoffen nemen af, maar verdwijnen niet
Eerder werden dergelijke data wel aangehaald om te concluderen dat een (milde) corona-infectie slechts kortdurend bescherming biedt tegen SARS-CoV-2. Maar dat is niet terecht, zo benadrukt onderzoeker Ali Ellebedy. “Het is normaal dat antistoffen na een acute infectie weer afnemen. Maar ze verdwijnen niet helemaal.”

Hoe zit dat precies?
Eerder is al aangetoond dat wanneer andere virussen ons infecteren dat ertoe leidt dat immuuncellen die antistoffen tegen het betreffende virus aanmaken, zich razendsnel vermenigvuldigen. En dat leidt tot enorme hoeveelheden antistoffen in het bloed. Maar zodra de infectie verdwijnt, sterven de meeste van die cellen af en daalt het aantal antistoffen scherp. Een klein aantal antistoffen producerende cellen – ook wel langlevende plasmacellen genoemd – verplaatst zich echter naar het beenmerg en blijft vanaf daar kleine hoeveelheden antistoffen in de bloedbaan brengen die bescherming bieden bij een eventuele volgende ontmoeting met het virus. En dat gebeurt dus ook na een milde corona-infectie, zo suggereert het nieuwe onderzoek. “Wij hebben elf maanden nadat mensen de eerste symptomen vertoonden, cellen in hun lichamen aangetroffen die antistoffen produceren,” aldus Ellebedy. “Zolang deze mensen leven, blijven ook deze cellen in leven en antistoffen aanmaken. Dat is krachtig bewijs voor een langdurige immuniteit.”

Beenmerg
Ellebedy en collega’s trekken die conclusie nadat ze het beenmerg van een aantal van de 77 voormalige coronapatiënten onder de loep namen. Zeven of acht maanden na infectie bleken 15 van de 19 beenmergmonsters cellen te herbergen die antistoffen tegen SARS-CoV-2 aanmaakten. Vijf van de patiënten stonden vier maanden later nog eens wat beenmerg af. En in alle monsters werden nu deze antistoffen producerende cellen aangetroffen. De onderzoekers bogen zich ook over het beenmerg van een controlegroep, bestaande uit elf mensen die geen COVID-19 hadden gehad. En zij bezaten de antistoffen producerende cellen niet. “Mensen met een milde corona-infectie ruimen het virus in twee tot drie weken op,” stelt Ellebedy. “Dus zeven of elf maanden na infectie is er geen virus meer dat een actieve immuunrespons aandrijft. De immuuncellen delen zich niet meer. Ze zitten daar rustig in het beenmerg en geven antistoffen af. Ze doen dat vanaf het moment dat de infectie verdwenen is en blijven dat voor onbepaalde tijd doen.”

Geruststelling
Het is op zichzelf niet heel verrassend, zo benadrukt onderzoeker Jackson Turner. We weten immers van onderzoek naar andere virusinfecties dat het lichaam zo te werk gaat. “Maar vroeg in de pandemie werd wel gesuggereerd dat de immuunrespons op SARS-CoV-2 niet zo duurzaam was als de immuunrespons op andere virusinfecties. Het is dan ook geruststellend dat we nu bewijs hebben gevonden dat het immuunsysteem wel naar verwachting werkt.”

Tweede infectie
Het onderzoek wijst er dus sterk op dat ook een milde corona-infectie resulteert in een langdurige bescherming tegen COVID-19. Het betekent ook dat gevallen waarin mensen voor de tweede of zelfs derde keer door het coronavirus geïnfecteerd worden waarschijnlijk – in ieder geval onder voormalige coronapatiënten die slechts milde klachten hebben ervaren – heel zeldzaam zijn.

Geen symptomen of ernstig ziek?
Maar hoe zit het nu met mensen die het coronavirus wel hebben opgelopen, maar helemaal geen symptomen hebben gehad? En hoe zit het met mensen die wel heel ernstig ziek zijn geweest? Dat moet nog worden uitgezocht. Afgaand op hun studie vermoeden de onderzoekers dat ook asymptomatische coronabesmettingen in langdurige immuniteit resulteren. Maar of dat ook voor ernstige infecties geldt, is niet duidelijk. “Het kan twee kanten op,” meent Turner. “Ontstekingen spelen een grote rol bij ernstige COVID-19-infecties en teveel ontstekingen kunnen leiden tot een verkeerde immuunrespons. Aan de andere kant worden mensen zo ernstig ziek, omdat ze veel viruscellen in hun lichaam hebben en dat kan ook weer leiden tot een krachtige immuunrespons. Dus we weten het niet. We moeten deze studie herhalen onder mensen met matige tot ernstige infecties om te begrijpen of zij beschermd zijn tegen een nieuwe infectie.”

Vaccinatie
Daarnaast willen de onderzoekers ook nagaan of de verschillende vaccins dezelfde langlevende, antistoffen producerende immuuncellen kunnen aanjagen. “We voorspellen dat vaccinatie ook leidt tot generatie van langlevende antistoffen producerende cellen, maar we weten niet hoe efficiënt deze cellen zijn en in hoeverre ze vergelijkbaar zijn met de cellen die in reactie op een daadwerkelijke infectie worden aangemaakt,” aldus Turner.

Afgaand op dit onderzoek kun je je natuurlijk afvragen of het voor mensen die eerder een milde corona-infectie hebben gehad überhaupt wel nodig is om gevaccineerd te worden. Turner kan daar kort over zijn. “Ja, dat is nodig. Hoewel individuen die hersteld zijn van COVID-19 waarschijnlijk beschermd zijn tegen herinfectie door dezelfde virusstam, zijn ze minder goed beschermd tegen andere virusvarianten,” legt hij uit. En daarbij kan een vaccin helpen. “Zelfs als het eiwitten van de oorspronkelijke virusstam bevat, geeft het antistoffen en immuuncellen die zich op de niet veranderde onderdelen van de nieuwe virusvariant kunnen richten, een impuls.”